Effefietsen

Effefietsen

dinsdag 14 februari 2017

Santiago de Cuba

Wat een spectaculaire tocht hebben we aan de zuidkust, ten westen van Santiago de Cuba. De mooiste fietstocht die we tot nu toe op Cuba deden. Als het kan zitten we al om 06.00 uur aan het ontbijt om de ergste hitte voor te zijn. Eenmaal onderweg zijn het gedreun van de branding van de Caribische Zee en krijsende vogels het enige geluid dat we horen. Verkeer is er niet. We fietsen dicht langs de witte koppen van de golven die tegen de rotsen slaan. Of we kijken er vanuit de hoogte op neer. De bergweg loopt soms steil om rotspunten heen. De bergen waar Fidèl Castro met zijn Celia en de rebellen zijn revolutie voorbereidde. De weg heeft erg geleden van de orkanen die hier in ons najaar hevig tekeer kunnen gaan. Soms is er helemaal geen weg meer, maar ik vind het zo prachtig dat het me niet deert. We ploeteren er ons vrolijk doorheen. Het turquoise water gaat over in diep koningsblauw, de kleuren van de natuur zijn niet te evenaren. We hebben mooie foto's. Spijtig genoeg lukt het ons niet deze op onze blog te plaatsen door het gebrekkige internet.

We komen terecht op een 'campissimo', een door de staat gedreven camping met huisjes.
Het restaurant/de recreatieruimte voor de Cubanen is streng gescheiden van het 'restaurant' voor de toeristen. Bier komt pas vanavond, als het al komt. Er is wel rum, maar alleen per fles te koop. Lemon dan maar. Het gaat er weer echt communistisch aan toe, met briefjes van onze bestellingen die dan naar het Cubaanse restaurant worden gebracht, waar ze de bestelling bereiden. Onze sandwiches met kaas zien er heel Nederlands uit: twee broodjes met dikke plakken kaas. Lekker.
Na nog een overnachting in Chivirico bereiken we Santiago de Cuba. Hier willen we ons visum verlengen en de bus naar Havana nemen om van daar uit de route richting Vinales te fietsen. Maar eerst Santiago verkennen.
Het is nog steeds heet.

De eerste dag in Santiago wordt een kennismaking met de gezondheidszorg in Cuba. Al een dag of tien heb ik last van mijn rechteroog, mijn lensoog. Ik draag daar een zachte leeslens in, een daglens. Veel stof en wind, een vuile lens en een klein scheurtje veroorzaken wat ongemak. Maar even geen lens. Frans zijn zonnebril op, die tevens leesbril is, en het gaat wel. Een dokter bezoeken zit er ook niet in op onze vrij eenzame route. Eenmaal in Santiago kan ik niet slapen van de pijn. De mensen van onze casa adviseren een bezoek aan het internationaal gezondheidscentrum, een soort huisartsenpost voor toeristen. Na drie uur wachten zegt de aardige arts dat ze een probleem heeft: 'Ik heb niet de machine die nodig is om je oog beter te onderzoeken, dus je moet naar het ziekenhuis en je zult moeten wachten want er is op dit moment geen ambulance.' Nog maar een uurtje gewacht. De ambulance brengt ons naar een universitair ziekenhuis. Daar worden we snel en professioneel geholpen door een oogarts. Zij constateert een zweertje, wellicht veroorzaakt door de contactlens. Ze schrijft drie soorten medicijnen voor, antibiotica en ontstekingsremmers. Ook absolute bedrust de eerste twee dagen. Dat zie ik dus echt niet zitten. Ik ga het wel rustig doen en de zon weren. Aanvankelijk wil ze me persé vrijdag weer zien, maar wij willen dan Havanna voorbij zijn. Later nuanceert ze haar uitspraak: 'Als je je beter voelt hoeft de controle niet.'
Toen we eindelijk, na weer enkele uren wachten, mijn medicijnen in bezit hadden zijn we met een taxi naar het busstation gegaan, waar we tickets hebben gekocht voor de busrit naar Havanna, een 16 uur durende rit maar liefst. We hebben nog een paar dagen om ons visum te verlengen en iets van Santiago mee te nemen. Wat een dag. Maar ik voel me al weer een stuk beter.

14 februari. We worden door onze gastvrouw gefeliciteerd met Valentijnsdag, de dag van de liefde. Daar wordt hier werk van gemaakt. Overal in de stad zijn straten afgesloten voor feestelijkheden. We wandelen naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken om ons visum te verlengen. We zijn er om half 10 en de wachtruimte zit bomvol. Je moet als klant weten wie de laatste is, dan weet je wanneer je aan de beurt bent. In die tussentijd kun je gerust wat anders doen. In de wachtruimte zit een Nederlandse immigrant die ons vertelt dat we een bankzegel nodig hebben. Dat koop je bij de Nationale Bank. Terug naar het centrum dus. Eenmaal bij bank: een nummertje trekken en wachten. Met de taxi weer terug naar het Ministerie. We zijn er nog net vóór sluitingstijd en gelukkig is onze beambte soepel. Eigenlijk zijn we te vroeg: ons visum is nog vijf dagen geldig. Als ze hoort dat we op de fiets zijn en verder willen gaat ze overstag.


Het verkeer in Santiago is vreselijk lawaaierig. Bussen, auto's en brommers trekken op en scheuren door de straten. Ik mis het rustige geklikklak van de paardenhoefjes in de kleinere steden en dorpen. Maar het is wel een levendige stad.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen