Effefietsen

Effefietsen

woensdag 22 februari 2017

Toerisme

Zondagmiddag in Puerto Esperanzo. We strijken neer in een cafeetje aan de haven. Er zitten hoofdzakelijk mannen aan het bier en de rum. Rum is favoriet hier. Ze drinken het puur. Het is goedkoop en mannen drinken het. Vrouwen maken het huis schoon en koken. Ze zijn de baas zeggen ze zelf.
Het is moeilijk een typering van dé Cubaan te geven. Vooral omdat ons Spaans, vooral dat van Frans dan, voldoet om de weg te vragen en huis- tuin en keukeninformatie uit te wisselen, maar het is onvoldoende om echt een discussie aan te gaan.

Tijdens een excursie naar het Nationaal Park in Viñales ontmoeten we bij de sigarenmakerij een Engels- en Duitssprekende gids. Desgevraagd spreekt hij zijn lof uit over de Revolutie. Mensen leerden op grote schaal lezen en schrijven, onderwijs werd gratis, evenals gezondheidszorg. Mensen betaalden nauwelijks belasting. Ook tijdens de Sowjettijd was alles redelijk, zij het dat uniformiteit hoogtij vierde. Nu is het land corrupt. Toen de Sowjetunie uiteen viel verloor Cuba zijn economische partners. De industrie stagneerde door gebrek aan brandstof. Import werd gereduceerd, lonen gingen omlaag en voedsel kwam op rantsoen. Het land krabbelt stilaan weer op. De regering moedigt buitenlandse investeringen aan. De handelsrelaties met o.a. China en Venezuela zijn aangetrokken. Raoul staat beperkt particulier ondernemerschap toe. Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten, maar lang niet iedereen profiteert daarvan. Het belang van de suiker- en tabaksindustrie neemt alleen maar af. De tweedeling in de samenleving wordt groter. De eigenaren van de casas particulares behoren tot de sociale elite, maar ook anderen hebben volgens ons toegang tot het luxere leven. We zien mooi opgeschilderde huizen met kleurige bijpassende schommelstoelen op de veranda's, schone tegelvloeren, moderne badkamers en we zien hutjes zonder al die voorzieningen. We zien mensen zwoegen op het land, we zien mensen vervoerd worden in paardenkarretjes en vrachtwagens en we zien mensen rondrijden in goed onderhouden oldtimers, nieuwere auto's en op electrische scooters. We zien gelatenheid in de rijen voor de apotheek, de Etecsa-shops en andere staatswinkels. Een Nederlander die ieder jaar langere tijd op Cuba doorbrengt noemt Cuba een waanzinnig gaaf shitland. Hij beweert dat het relatief duur is, de service is slecht en niets werkt. Ik wil dit graag nuanceren. Het land is niet duur voor ons. In toeristengebieden is men geneigd de toerist uit te buiten. Een privé-excursie voor twee werd een excursie voor vier, waardoor men het dubbele verdiende. Het is niet fijn dat je daar steeds alert op moet zijn. Het eten in de casas particulares is relatief duur, maar ook erg goed en wij ervaren steeds: afspraak is ook voor Cubanen afspraak. Onze gids kan in het Engels en Duits tegen ons zeggen wat hij in het Spaans niet kan zonder bestraft te worden. Mensen vertrouwen elkaar niet meer zegt hij. Hij leeft voor zijn gezin en zijn familie. Dat houdt hem ook hier min of meer gevangen.


Viñales is als Valkenburg. Veel toeristen, omdat de omgeving bekend staat als mooi. Het dorp zelf bestaat uit bars, restaurants, casas en toeristenwinkeltjes. Het is wel leuk om ons even in deze hectiek onder te dompelen, maar twee dagen en we zoeken graag de rust weer op.

maandag 20 februari 2017

Het westen

Een beetje weemoedig zitten we op het terras van hotel Casa Granda te wachten op onze koffie. Het terras kijkt uit op het grote centrale plein en heeft een prima internetverbinding. We hebben, ondanks onze tegenslag met mijn oog, de tijd die we nodig hadden om ons visum te verlengen, de bus naar Havana te bespreken en een nieuwe internetkaart te kopen, wat ons alles bij elkaar zo'n anderhalve dag kostte, een aangename tijd doorgebracht in deze lawaaistad. De gastheer en -vrouw van onze casa zijn reuze aardig en behulpzaam. Ze bezorgen ons iedere ochtend een vorstelijk ontbijt. In de stad is veel muziek. In de 'Casa de la Trova' strijken de hele dag door spontaan zangers en musici neer. Ook in musea wordt gespeeld. Meer jazzy dan het typisch Cubaanse ritmische dat je overal uit de luidsprekers hoort schallen. We hebben leuke restaurantjes bezocht, ook met mooie life muziek, en lekkere koffietentjes ontdekt. 16 uur in de bus is geen aantrekkelijk vooruitzicht. Maar het valt mee. Ik had een wat te innig contact met de man die vóór me zat. Hij zette zijn stoel zó ver achteruit dat hij zowat bij mij op schoot lag. Zo intiem ben ik niet graag met vreemde mannen. Na een vriendelijk verzoek, wat gemor en een kniestootje ging hij iets rechter zitten en ik ben in slaap gevallen. Met een stijve nek regelmatig wakker geworden, maar we hebben geslapen en om 07.00 uur uit de bus, fietskleren aan, fiets rijklaar en een koffietentje opzoeken voor een broodje en koffie.
De 70 km naar Cabañas gingen vlot. Het landschap is (nog) niet spectaculair. Er wordt in onze gidsjes wel veel beloofd. We arriveren in een casa, ons aangeraden door een ons tegemoetkomende Spaanse fietser. Prima weer.

De eigenaresse van onze casa raadt ons met klem een casa in Palma Rubia aan. Het is natuurlijk een vriendin van haar, want zo gaat dat hier. De weg erheen is een ramp, zo slecht. We stuiteren steeds weer berg op en berg af en komen doodmoe aan. De casa is mooi gelegen met een ver uitzicht op zee, maar het verblijf zelf is minder. Er zijn een paar drukke Amerikaanse vrouwen, die heel goed weten hoe we er in de wereld voorstaan. We moeten een badkamer delen met Anders, een heel aardige Deense jongeman, waar we interessante gesprekken mee voeren.
Zondag de 19e bereiken we de regio Viñales. Een mooi natuurgebied met grillige karstformaties. We ontmoeten bij een koffietentje een Duitser, die van Puerto Esperanza komt. Hij is heel enthousiast, dus besluiten we ter plekke, flexibel als we zijn, dat we ook wel via Puerto Esperanza naar Viñales kunnen.  

dinsdag 14 februari 2017

Santiago de Cuba

Wat een spectaculaire tocht hebben we aan de zuidkust, ten westen van Santiago de Cuba. De mooiste fietstocht die we tot nu toe op Cuba deden. Als het kan zitten we al om 06.00 uur aan het ontbijt om de ergste hitte voor te zijn. Eenmaal onderweg zijn het gedreun van de branding van de Caribische Zee en krijsende vogels het enige geluid dat we horen. Verkeer is er niet. We fietsen dicht langs de witte koppen van de golven die tegen de rotsen slaan. Of we kijken er vanuit de hoogte op neer. De bergweg loopt soms steil om rotspunten heen. De bergen waar Fidèl Castro met zijn Celia en de rebellen zijn revolutie voorbereidde. De weg heeft erg geleden van de orkanen die hier in ons najaar hevig tekeer kunnen gaan. Soms is er helemaal geen weg meer, maar ik vind het zo prachtig dat het me niet deert. We ploeteren er ons vrolijk doorheen. Het turquoise water gaat over in diep koningsblauw, de kleuren van de natuur zijn niet te evenaren. We hebben mooie foto's. Spijtig genoeg lukt het ons niet deze op onze blog te plaatsen door het gebrekkige internet.

We komen terecht op een 'campissimo', een door de staat gedreven camping met huisjes.
Het restaurant/de recreatieruimte voor de Cubanen is streng gescheiden van het 'restaurant' voor de toeristen. Bier komt pas vanavond, als het al komt. Er is wel rum, maar alleen per fles te koop. Lemon dan maar. Het gaat er weer echt communistisch aan toe, met briefjes van onze bestellingen die dan naar het Cubaanse restaurant worden gebracht, waar ze de bestelling bereiden. Onze sandwiches met kaas zien er heel Nederlands uit: twee broodjes met dikke plakken kaas. Lekker.
Na nog een overnachting in Chivirico bereiken we Santiago de Cuba. Hier willen we ons visum verlengen en de bus naar Havana nemen om van daar uit de route richting Vinales te fietsen. Maar eerst Santiago verkennen.
Het is nog steeds heet.

De eerste dag in Santiago wordt een kennismaking met de gezondheidszorg in Cuba. Al een dag of tien heb ik last van mijn rechteroog, mijn lensoog. Ik draag daar een zachte leeslens in, een daglens. Veel stof en wind, een vuile lens en een klein scheurtje veroorzaken wat ongemak. Maar even geen lens. Frans zijn zonnebril op, die tevens leesbril is, en het gaat wel. Een dokter bezoeken zit er ook niet in op onze vrij eenzame route. Eenmaal in Santiago kan ik niet slapen van de pijn. De mensen van onze casa adviseren een bezoek aan het internationaal gezondheidscentrum, een soort huisartsenpost voor toeristen. Na drie uur wachten zegt de aardige arts dat ze een probleem heeft: 'Ik heb niet de machine die nodig is om je oog beter te onderzoeken, dus je moet naar het ziekenhuis en je zult moeten wachten want er is op dit moment geen ambulance.' Nog maar een uurtje gewacht. De ambulance brengt ons naar een universitair ziekenhuis. Daar worden we snel en professioneel geholpen door een oogarts. Zij constateert een zweertje, wellicht veroorzaakt door de contactlens. Ze schrijft drie soorten medicijnen voor, antibiotica en ontstekingsremmers. Ook absolute bedrust de eerste twee dagen. Dat zie ik dus echt niet zitten. Ik ga het wel rustig doen en de zon weren. Aanvankelijk wil ze me persé vrijdag weer zien, maar wij willen dan Havanna voorbij zijn. Later nuanceert ze haar uitspraak: 'Als je je beter voelt hoeft de controle niet.'
Toen we eindelijk, na weer enkele uren wachten, mijn medicijnen in bezit hadden zijn we met een taxi naar het busstation gegaan, waar we tickets hebben gekocht voor de busrit naar Havanna, een 16 uur durende rit maar liefst. We hebben nog een paar dagen om ons visum te verlengen en iets van Santiago mee te nemen. Wat een dag. Maar ik voel me al weer een stuk beter.

14 februari. We worden door onze gastvrouw gefeliciteerd met Valentijnsdag, de dag van de liefde. Daar wordt hier werk van gemaakt. Overal in de stad zijn straten afgesloten voor feestelijkheden. We wandelen naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken om ons visum te verlengen. We zijn er om half 10 en de wachtruimte zit bomvol. Je moet als klant weten wie de laatste is, dan weet je wanneer je aan de beurt bent. In die tussentijd kun je gerust wat anders doen. In de wachtruimte zit een Nederlandse immigrant die ons vertelt dat we een bankzegel nodig hebben. Dat koop je bij de Nationale Bank. Terug naar het centrum dus. Eenmaal bij bank: een nummertje trekken en wachten. Met de taxi weer terug naar het Ministerie. We zijn er nog net vóór sluitingstijd en gelukkig is onze beambte soepel. Eigenlijk zijn we te vroeg: ons visum is nog vijf dagen geldig. Als ze hoort dat we op de fiets zijn en verder willen gaat ze overstag.


Het verkeer in Santiago is vreselijk lawaaierig. Bussen, auto's en brommers trekken op en scheuren door de straten. Ik mis het rustige geklikklak van de paardenhoefjes in de kleinere steden en dorpen. Maar het is wel een levendige stad.  

donderdag 9 februari 2017

Aardige Cubanen

We ontmoeten weer een hoop aardigheid onderweg. We zijn gewaarschuwd: 'Cubanen willen overal geld voor'. Maar wij ervaren het tegendeel. Als we moe in Manzanillo bij een casa aankomen blijkt deze vol. De eigenaar pakt zijn telefoon en probeert andere casa's voor ons te vinden. Er is veel vol, want er zijn in dit niet-toeristische gebied niet zo veel mogelijkheden. Met zijn fiets brengt hij ons naar een adres waar plaats is, belangeloos. Hij reserveert ook nog een casa voor de volgende avond voor ons.
De corpulente gastvrouw bekijkt ons aanvankelijk wat gereserveerd, maar vol trots serveert ze ons haar 'verboden geslachte rundvlees' en de andere dag krijgen we voor onderweg keurig ingepakte broodjes en een volle bidon vers sap. Weer belangeloos. Uit aardigheid!

Meestal komen we vroeg in de middag in de door ons uitgekozen casa aan. Na de douche en wat rusten, bezoeken we het centrale plein. Hét pronkstuk van iedere plaats. Bomen, een standbeeld van een belangrijke Cubaan, een kiosk, mooie architectuur én internet. 's Avonds is het druk. Iedereen zit met zijn smartphone of laptop. Sommige mensen skypen en praten en lachen, anderen kijken wat verweesd, wachtend op het inlog-scherm. Vervreemdende toestand eigenlijk. Wij doen ook mee, maar als het 's avonds te lang duurt of helemaal niet lukt om in te loggen met onze Etecsa-kaart doen we 's ochtends een nieuwe, meestal meer succesvolle poging.

De zuidelijke kustroute is leuk. Veel dorpen, groen, en steeds bergachtiger. Onderweg worden we geplaagd door propaganda voor de revolutie, Yo soy Fidèl en Raoul. De wegen zijn over het algemeen goed. Soms treffen we stukken vele malen verstelde lappen dekens. Veel slijtplekken en gaten. Dat betekent voor ons slalommen om de slechte stukken heen. Er is zó weinig verkeer dat we rustig ook de linkerkant benutten om de goede stukken op te zoeken.
Vandaag bereiken we over een flinke bergrug de Caribische Zee.


woensdag 8 februari 2017

The south coast loop

We hebben de knoop doorgehakt. We doen niet 'The Far East Tour', maar 'The Orient Tour'. Met de bus naar Holguìn was een spannende aangelegenheid. Om 13.30 vertrekt de bus. 'Ben er minstens een uur tevoren' is de boodschap van onze gastvrouw, die naar het busstation belt voor ons. Minstens drie uur vóór vertrek arriveren we op het busstation om te horen dat de bus vol zit. We kunnen wachten. Er valt altijd wel een plaats vrij. Anders kunnen we om 17.30 uur mee. We zuchten en wachten en ja hoor, om 13.15 wordt Frans bij de bazin aan het bureau geroepen en blijken we mee te kunnen. Gelukkig, dan zijn we vóór donker in Holguìn en kunnen we rustig een casa particular zoeken.
We treffen weer een prachtig koloniaal huis. Onze ruime slaapkamer met hoge plafonds heeft geen raam. Dat troffen we eerder in zo'n koloniaal huis en dat is bedoeld om de warmte buiten te houden beseffen we nu. We hebben hier geen fan of airco nodig, want het is heerlijk koel.

We hebben besloten de 'South Coast Loop' te fietsen en met de wind in de rug bereiken we eerst Bayamo en zijn we nu in Manzanillo aangeland. Onbeduidende dorpen. Onderweg mijmeren we over de Cubanen op het platteland. Ze wonen in hutjes, onze schuurtjes. Meteen achter de voordeur staat een stoel en een tv. Ze hebben wel wat ruimte om hun huis. Koeien grazen op bruine velden. Mensen zitten aan de kant van de weg een emmertje paprika's of tomaten te verkopen. Landbouwmachines zien we nauwelijks. Er wordt veel met de hand gedaan, met ossenkarren en natuurlijk met paarden. Mensen verplaatsen zich op krakkemikkige fietsen of wachten tot ze meegenomen worden door een vrachtwagen. Bussen voor regionaal vervoer zijn vaak verbouwde vrachtwagens. Wij zouden zeggen voor het vervoer van vee. Mensonwaardig.
Er zijn wel ruimere huizen. Er is denken we veel verschil in inkomen. Hoe dat komt weten we niet. De casa-eigenaren zijn meestal ruim gehuisvest. Het deel van Cuba waar we nu zijn hebben wij een derde wereldland genoemd. Echte welvaart zien we niet.



zondag 5 februari 2017

Van Sancti Spiritus naar Camagüey

We hadden ons voorbereid op een paar saaie fietsdagen over de vlakten van het binnenland van Cuba. Dat hoort bij fietsen, weten we. Je moet soms afstanden overbruggen die minder aantrekkelijk zijn. Maar het blijkt een afwisselende route. Veel bruine velden, dat wel, maar ook veel lichtgroen suikerriet, palmbomen, mango's, citrusfruit en veeteelt. We komen door dorpen waar we altijd wel een piepklein kopje sterke en mierzoete koffie kunnen scoren (à 4 cent). En iedere keer weer een mooie casa met een lekker diner en een uitgebreid ontbijt. Diner en ontbijt in de casa's zijn relatief duur in vergelijking met de restaurants, maar we gunnen de gastheren en -vrouwen graag een extraatje. Ze moeten veel belasting afdragen voor ons verblijf in de casa, maar niet voor het diner en het ontbijt. En ze doen zo enorm hun best.

Wat heel vervelend was de afgelopen dagen: we fietsten bijna 200km tegen de harde wind in. Het is oostenwind en we fietsen naar het oosten. Verkeerd ingeschat. Het voelt zwaar, steeds maar 12 km per uur, maar wel hevig stampen in plaats van 18-20 km per uur lekker fietsen. Om nog meer vergeefs trappen te ondervangen willen we een bus nemen naar Holguín om daar het avontuur van 'The Far East Tour' te beginnen. Dit wordt ons afgeraden door een in Camagüey wonende Nederlander. Hij heeft een casa particular en een reisbureau. Hij organiseert ook fietstochten op Cuba en op een terrasje raken we met hem in gesprek. De tocht die wij willen maken is behoorlijk bergachtig en we kunnen zeker niet alles fietsen vanwege slechte wegen. We zullen een jeep moeten huren. Hij raadt ons aan de zuidelijke kustroute te nemen. Die is erg mooi en niet toeristisch. We weten het niet goed meer. Gaan in elk geval de bus nemen naar Holguín.

Onze dag in Camagüey bevalt ons wel. Het is een levendige stad. Veel galerietjes, een mooi museum met hedendaagse kunst, een Spaanse dansvoorstelling op een plein, veel cafetaria's (koffiehuisjes waar ze ook een broodje en pizza verkopen), veel flanerende mensen. We kopen een primitief schilderijtje van een plaatselijke kunstenares. Een afbeelding van de hier zo typische fietstaxi. Het past opgerold gemakkelijk in mijn fietstas. Heb ik al een souvenir te pakken.

In onze luxe casa particular, een prachtig koloniaal gebouw, raadplegen we nog maar een kaart en onze reisboekjes, ergens lekker eten en dan vroeg naar bed.

dinsdag 31 januari 2017

Sancti Spiritus

Onze eerste kennismaking met Sancti Spiritus is, onze boekjes kondigden het ons al aan, verrassend. Geen hordes toeristen die de authentieke straatjes overlopen. Er zijn opvallend veel winkels zonder lange rijen, wel een portier aan de deur, leuke koffietentjes en vooral Cubanen op bankjes op het plein en in de winkelstraat, soms met hun smartphones, soms nippend aan een mojito, of zomaar zittend.

Het is iedere keer weer een verrassing: hoe zal het onderweg zijn, wat treffen we aan in 'ons stadje', is er een museum, een kerkje dat de moeite waard is, hoe is onze casa, wat is het diner, eten we in de casa of bezoeken we een restaurant, hoe is het ontbijt? Dat is eigenlijk wat ons bezighoudt tijdens onze fietsreizen.
In Trinidad hebben we alleen wat gewandeld en gezeten. De musea die we wilden bezoeken waren dicht op zondag. 's Avonds aten we in een mooi restaurant, gegrilde garnalen en vis, begeleid door twee zangers/muzikanten die ons meenamen in hun melancholische liederen, niet electronisch versterkt en daardoor heel rustig en meeslepend. Een verademing na het zwaar versterkte Caribische gedreun dat we op straat wel horen.

De route van Trinidad naar Sancti Spiritus is mooi. Behoorlijk klimmen, maar het was vooral de stormachtige wind op kop die het zwaar maakte.
We belanden in een 130 jaar oude Palacio-achtige casa. We komen binnen in twee hoge kamers. Kunst aan de muur, 'Griekse' zuilen, koloniaal meubilair, waar ik zo de corpulente heren met dikke sigaren in zie schommelen. De patio is eveneens omgeven met 'Griekse' zuilen. Nep, maar het is er aangenaam toeven.


De baas kookte een 'lentekipje' voor ons, kip met een saus van fruit, waarmee ieder ontbijt hier ook altijd ruim is bedeeld. Ananas, papaya, mango, meloen, guave. Vanavond maakt hij iets met varkensvlees. Hij gaat ons verrassen heeft hij beloofd. Maar eerst Sancti Spiritus.