Effefietsen

Effefietsen

dinsdag 27 augustus 2019

Juli-augustus 2019, drie weken fietsen in Midden-Duitsland

Geen indrukwekkend verre reis ditmaal. Frans en ik hebben al zóveel gezien in de wereld, dat we niet echt verrast meer zijn. Bovendien heeft het massa-toerisme een enorme vlucht genomen. Plaatsen die wij nog authentiek konden noemen, worden nu overspoeld door mensen en dat zien wij met lede ogen aan. Fijn dat iedereen kan reizen tegenwoordig, maar massa-toerisme vervuilt de aantrekkelijkheid van veel mooie plekken. Vliegen kan bovendien tot schaamte leiden, omdat het vervuilend is voor het milieu. Dan maar met onze e-bikes, die we sinds deze winter hebben, omdat ik erg moe werd van het klimmen in Zuid-Korea en tegen de wind fietsen in Friesland. We laden de fietsen op met electriciteit van onze zonnepanelen. Verantwoord toch? 

We vertrekken naar Duitsland via Roermond. Naar Roermond met de trein. Lekker 1e klas, omdat ik mezelf nog steeds de luxe gun van een 1e klasse-abonnement en Frans met korting met me meekan. Maar dan blijkt het fietsverblijf in de trein behoorlijk krap bemeten. Het staat vol met fietsen en trailers en dan ook nog koffers van mensen op reis. Tja, het is vakantietijd. Fietsers zijn over het algemeen mensen die zich gemakkelijk schikken. Iedereen is behulpzaam, de sfeer is goed.  Maar omdat het zo vol is, blijven we in de buurt van onze fietsen. Staan dus in het fietsen verblijf met af en toe een uitstapje naar de 2e klasse coupé. 

Langs de niet echt spectaculaire Rur fietsen we naar het centrum van Düren om daar in het toeristenbureau nog wat informatie in te zamelen voor fietsroutes in M.Duitsland. Buiten de eigen Kreis Düren heeft men echter geen informatie en heeft de mevrouw ook geen idee! Dan maar naar het door ons geboekte hotel buiten het centrum van Düren. We hebben al 80 km gefietst. Eenmaal aangekomen bij de hartelijke eigenaar besluiten we ons even op te knappen en lekker ergens te gaan eten. Maar, alle restaurants in de directe omgeving, waarmee het hotel zichzelf op internet profileerde, zijn wegens vakantie gesloten. Hij beveelt ons een restaurant aan een meer aan, een ½ uur wandelen. En we wandelen. Weer geen bijster mooie natuurwandeling. Dan blijkt het restaurant die dag om 17.00 uur zijn deuren te hebben gesloten. Enigszins gedesillusioneerd wandelen we terug. Het is inmiddels 20.45 uur. Gelukkig is de supermarkt tot 21.00 uur open. De beker cappuccino mogen we vergeten, want de koffiemachine wordt al schoongemaakt. De salades zijn ver op. Wat resteert nemen wij mee met een paar broodjes. Ons luxe diner.

Verwachtingsvol vraagt de hoteleigenaar de volgende dag naar onze ervaringen met het door hem aanbevolen restaurant. Hij voelt zich schuldig als hij ons verhaal hoort en adviseert ons wat extra te ontbijten. De verse broodjes zijn lekker! 

Met nieuwe energie fietsen we naar Bonn, waar we voor twee nachten een hotel hebben geboekt. Het blijkt een leuk klein hotel, in het midden van het centrum. De eigenaren hebben op de bovenverdieping van een winkel mooie kamers en een heel fijn terras gecreëerd. Natuurlijk bezoeken we het kunstmuseum, waar een tentoonstelling van August Macke (1887-1914) blijkt te zijn. Prachtig werk, vrolijk en licht. Onvoorstelbaar, wat een productiviteit in zo'n kort leven (gesneuveld in de eerste weken van WO I, es lebe der Kaiser!). 
We zijn enthousiast over zijn werk en besluiten ook  nog het August Macke museum, gevestigd in zijn voormalig woonhuis, te bezoeken. Ik kende August Macke al van mijn cursus kunstgeschiedenis, maar werd nu verrast door de schoonheid van zijn werk. 

Het campingleven is aan de beurt. Wat schrikken we als we in de buurt van de camping bij Ahrweiler komen. Het lijkt wel een busstation. Grote witte bussen, de campers, staan hutje mutje op elkaar. Nauwelijks ruimte voor een tafeltje en tuinstoelen. Gelukkig zijn er aparte tentveldjes waar het leven de gemoedelijkheid heeft die we in onze herinnering hebben opgeslagen. Een vader met zijn zoontje van een jaar of 9, ook op fietsreis, beiden in een witte trui. Als ze vertrekken bevestigt de jongen zijn Ortliebtassen aan zijn fiets, hapt in een banaan en stapt op dezelfde manier als zijn papa op zijn fiets. En de vader met zijn dochter, ook al op de fiets. De dochter heeft 6 flessen gevuld met water, voor onderweg. En het gezinnetje met 4 kinderen op de fiets. De jongste nog maar net 2!

We fietsen langs de Lahn. Mooie vakwerkhuizen, kastelen op de rotsen, het romantische Duitsland. Een broodje op een bankje langs de rivier. We arriveren op een verlaten camping zonder faciliteiten. De eigenaar reserveert een pension voor ons. In een mooi vakwerkhuis laten we ons een biertje op het balkon goed smaken. De campings in deze regio zijn dun gezaaid. Daarom boeken we, vaker dan we tevoren gepland hadden, hotels. Wel comfortabel. 's Morgens in het donker de tent uitkruipen om naar het toilet te gaan is niet mijn favoriete begin van de dag. 'Moet ik dit nog wel willen' hoor ik Frans soms verzuchten. Maar in Kassel gaan we toch weer kamperen. En we vinden het weer leuk. Een Nederlandse jonge vrouw in een tent naast ons vraagt of we thuis een groot huis hebben. Als we bevestigend antwoorden zegt ze: 'dat dacht ik wel, anders begin je hier toch niet aan?'
Die Neue Galerie in Kassel heeft een mooie collectie moderne kunst. 

We fietsen verder langs de Eder en de Fulda en bereiken uiteindelijk de Weser. Dat moet de kers op de taart van onze fietsreis zijn. Ronald, een vriend van ons, was hier lyrisch over en heeft Frans zo beïnvloed, dat wij nu ook langs de Weser fietsen. Na de mooie Lahn valt de Weser ons wat tegen. 
Op de camping aan de rivier krijgen we de mooiste plaats toegewezen. Pal aan het water met een tuintafel en banken. We eten op het terras van het veerhuis. We worden verrast met een 'Schlachtbuffet', een buffet met allemaal vlees. Niet best in de vegatijd, maar wel lekker (en veel). 

Hierna volgt een zware dag. Stormwind tégen. De tour- en sportextra's van mijn e-motortje helpen wel, maar het blijft zwaar. Ons hotel ligt bovenop een heuvel en Frans zijn accu haalt het niet, effepuffen dus. Het dorp heeft een leuk Italiaans restaurant. Duitsland lijkt voor Italianen te zijn wat Nederland ooit voor Chinezen was. Ieder dorp heeft een Italiaan (vaak geen Italianen, maar Koerden, wordt ons verteld, maar Italiaanse pizza verkoopt goed!).

De volgende dag een camping, heel ruim opgezet. De eerste schrik van al die grote bussen was niet helemaal terecht.  Het is lang niet overal zo. 
De weg naar Münster is zwaar. Koud, een kaal landschap en een harde wind. Maar de tentoonstelling van Sean Scully is prachtig. 

Eenmaal in Winterswijk, weer op Nederlandse bodem, besluiten we naar het station te fietsen. Ons oorspronkelijke idee: nog naar Arnhem en daar op de trein, vervalt door de regen en wind die de buienradar ons voorspelt. Het campingleven zit niet zo meer in onze vezels. Ons eigen bed slaapt weldadig en een fietsreisje met hotels is aangenaam.



maandag 21 mei 2018

21 mei, tweede Pinksterdag.


Vanuit ons slaapkamerraam op de tiende verdieping kijken we uit op alleen maar ramen van de kantoorkolossen aan de overkant. Het is onze laatste dag in Seoul. De fietsen heeft Frans keurig in noppenplastic gepakt. Noppenplastic, dat Jay, onze warmshowersvriend via internet in ons hotel heeft laten bezorgen. Onze bagage voldoet qua gewicht volgens onze inschatting wel aan de norm van de vliegmaatschappij. We vliegen pas vanavond. 



Om 12.00 uur moeten we in het hotel uitchecken. De musea zijn dicht, maar het is mooi weer, dus dat wordt een dagje parkwandelen en hangen vrees ik. Of toch nog even wat fitnessen

Een moment voor reflectie. We waren misschien wat te vroeg in het jaar met onze fietsreis. We hebben veel regen en wind gehad, maar later in het jaar wordt het weer benauwd warm. In Japan waren we deelgenoot van de rijke kersenbloesems. We hebben daar  veel op drukke wegen moeten fietsen, maar hebben ook genoten van het prachtige kustgebied. De bevolking concentreert zich in de steden, waardoor het op het platteland rustiger fietsen is. Zuid-Korea is echt een ander land. Japanners zijn voorkomend, zonder nederig te zijn. Ze zijn vriendelijk, alles is superschoon. Japanners zien we niet ergens lekker zitten om te genieten van eten, koffie, een drankje. Het oogt allemaal efficiënt. 
Koreanen lijken relaxter. Luidruchtiger ook, extraverter en het is er zeker niet schoon. Op straat liggen koffiebekertjes, plastic en gewoon straatvuil. Maar de fietspaden zijn fantastisch. Koreanen gaan op pad in hun vrije tijd. Ze kamperen, ook met minder weer, picknicken in de parken, fietsen, wandelen, drinken koffie op terrasjes. Het arbeidsethos en de prestatiedruk zijn volgens Jay en Jenny vergelijkbaar en erg hoog, maar dat zien wij niet.
Het leven in de drukke steden met overal grote verkeerswegen op enorme viaducten en gigantische torenflats zou ons leven niet zijn, maar wandelend tussen de kolossen met onderin winkeltjes, koffietentjes en restaurantjes, speeltuinen, komt de menselijke maat weer dichterbij. 
We hebben twee afwisselende maanden gehad. We hebben  veel geleerd over de verschrikkelijke gevolgen van de atoombommen op Japan, de Koreaanse oorlog en de veerkracht van de mensen. In recordtempo hebben de landen zich ontwikkeld tot welvarende landen. 
We kijken terug op een bijzondere reis.






zaterdag 19 mei 2018

Seoul

Korea heeft 51.3 miljoen inwoners en 10 miljoen daarvan wonen in Seoul. Het grotere metrobereik meegerekend ( inclusief de voorsteden vul ik in) zelfs 25.6 miljoen. Bijna de helft van de bevolking is dus gesitueerd in deze kolos. 

Onze eerste  kennismaking met de stad is niet fijn. Geen stad om meteen verliefd op te worden. Het regent, we verlaten het fietspad te vroeg, waardoor we in de steile straten met immense hoogbouw en druk verkeer verzeild raken. Sommige stukken zijn zó steil, dat Frans zijn fiets moet neerzetten om mij te helpen met duwen. Ik ben moe, zie alleen mensen, die weggedoken onder hun paraplu meewarig naar ons kijken en geloof niet dat we het hotel nog zullen vinden. Dank zij de GPS en Frans zijn alertheid komen we er.

Na een nachtje slapen ziet alles er weer beter uit. De regen houdt op en we maken een mooie wandeling naar het Leeum Samsung Museum of Art. Traditionele Koreaanse kunst wordt geplaatst naast Giacometti, Rothko, Damien Hirst. Buiten zijn een paar opvallende spiegelende beeltenissen van Anish Kapoor opgesteld  en de vleugel met Boeddhistische kunst mag er zijn. 





Het chique museum ligt in een moderne wijk, sfeer P.C.Hooftstraat. 
Een heel ander karakter heeft het museum van de Koreaanse oorlog (1950-1953). Buiten staan tanks, vliegtuigen, raketten en allerlei ander oorlogsmateriaal opgesteld. Binnen tonen foto's, video's en teksten de verschrikking van deze oorlog, en van alle oorlogen vind ik, aan. Oorlog dient nergens toe, kent alleen verliezers en maakt alles wat, soms in jaren en zelfs eeuwen, met zorg is opgebouwd kapot.





Zaterdag worden we al vroeg in het hotel opgehaald. We hebben ons aangemeld voor een excursie naar DMZ, de Demilitarized Zone, het niemandsland tussen Zuid en Noord-Korea, waar de twee tot nu toe vijandelijke presidenten elkaar onlangs de hand schudden. De excursie is niet spectaculair. We bezoeken een door Noord-Koreanen aangelegde tunnel om in het Zuiden te infiltreren, vanaf een observatieheuvel kijken we naar Noord-Korea. Het is toch vreemd naar een land te kijken waar mensen een totaal ander bestaan leiden dan de mensen in het welvarende zuiden. 



We worden afgezet in de buurt van het stadskantoor en maken een wandeling langs paleizen en drukke winkelstraten.   
Het afschrikwekkende van de gigantische woon- en kantoortorens, de torens in het Chassépark zijn er dwergjes bij, valt helemaal weg. Het is leuk door de straten te lopen met de koffiezaakjes, de winkels de restaurantjes. De stad krijgt een menselijke maat. Het verkeer is druk, maar het is prachtig weer en kinderen laten zich vrolijk natspuiten in de vele fonteinen. 


Mensen flaneren. Er wordt muziek gemaakt. Jonge mensen gaan in de buurt van de paleizen traditioneel gekleed. Niet in kimono, zoals in Japan, maar in wijde hoepelrokken met een kort lijfje erboven. De paleizen zijn historisch Koreaans en de traditioneel geklede mensen willen hun verbondenheid met Korea intenser beleven. Mooi. Wat een leuke stad is Seoul voor ons inmiddels.


woensdag 16 mei 2018

Op weg naar Seoul

Een paar relaxte dagen. Het is mooi zonnig weer en het fietspad langs de Han richting Seoul is verrassend afwisselend.



Woensdag 16 mei hebben we een heel korte fietsroute. We bezoeken eerst een Boeddhistische tempel. Frans schrijft een wens op een dakpan die straks een plaats ergens in de tempel krijgt: dat alles voor ons, onze kinderen en kleinkinderen goed mag blijven. 



We zijn ons nog bewuster van het pluk de dag gevoel nu een goede bekende van ons gisteren is gecremeerd. We betreuren het dat we er niet bij kunnen zijn. Het leven is kostbaar, maar oh zo kwetsbaar.
Na het bezoek aan de tempel zijn we toe aan koffie. Dat is hier geen probleem. De koffiezaakjes rijzen als paddestoelen uit de grond, zoals bij ons de lunchtentjes. Wij vinden ze leuk, omdat ze een westerse uitstraling hebben denk ik. Mooie designstoeltjes, een terrasje en een scala aan lekkere koffies, Americano, latte macchiato, cappuccino en onze favoriet: moccakoffie. 
Als we Koreanen vragen of ze Engels spreken krijgen we vaak als antwoord 'a little' en dat blijkt dan best mee te vallen. Jay en Jenny vertelden ons dat er op school wel Engels wordt onderwezen, maar alleen schrijven en lezen en geen conversatie. Vandaar waarschijnlijk de aarzeling.
Als we eenmaal onderweg zijn begint het te motregenen. Niet onverwacht, de weer-app had erger voorspeld. Na de mooie dagen die we achter ons hebben deert het ons niet. We genieten van de rivier, de mooie fietspaden en dat we hier samen fietsen. 
Als we overvallen worden door een hevig onweer bereiken we net 
op tijd zo'n charmant houten huisje, zoals er velen langs het fietspad staan. De huisjes zijn bedoeld om even uit te rusten, in de schaduw te picknicken, of, zoals vandaag, als schuilplaats tegen regen en onweer.
We zijn letterlijk in de wolken. Rivier en bergen zijn onzichtbaar. Nu en dan wordt de lucht opgelicht door een witte flits. Het knettert. Na een half uur zware regen wordt het lichter. Het is prachtig om te zien hoe de wolken de overkant van de rivier weer zichtbaar maken en tegen de bergen een doorschijnend mistgordijn schuiven, waardoor de bergen een vaag silhouet vormen. 





We gaan weer op pad en verbazen ons over de hoeveelheid rotzooi die in deze korte tijd van de berg is gekomen.



zondag 13 mei 2018

Warmshowers

Op weg naar Jay en Jenny (Engelse namen, omdat hun Koreaanse namen ontoegankelijk zijn voor westerlingen) boeken we een hotel in de buurt van het station. We gaan met de trein naar Daejon, waar zij wonen. Vorig jaar, tijdens hun huwelijksreis per fiets door Europa, hebben zij bij ons gelogeerd. We hadden toen al plannen om Japan en Zuid-Korea te bezoeken en moesten hen toezeggen dat we hen dan zouden bezoeken en zo gaat nu geschieden.
Het valt ons niet gemakkelijk een keuze te maken uit de vele motels bij het station. Het blijken allemaal van die lovemotels te zijn, zogenaamde business-hotels, niet op de eerste plaats bedoeld voor overnachten. We nemen de gok. Komen terecht in een gigantische kamer en prachtige badkamer, maar donker. Niet echt wat we prettig vinden. 




De auto van de gasten hoeft niet gezien te worden.

Jay haalt ons van de trein. Hij is net dertig, Jenny is zesentwintig. Ze hebben heel bewuste keuzes gemaakt in hun korte samenzijn. Jay had een eigen internetbedrijfje en kon dit goed verkopen. Nu studeert hij, Jenny ook. Van het geld dat hij met de verkoop overhield huurt hij een mooi appartement. Ze kunnen er gemakkelijk een paar jaar van leven.
Op zaterdag worden we wakker op de achtste verdieping van de gigantische torenflat waarin Jay en Jenny wonen. Die flats zie je hier in iedere grotere plaats aan de horizon opdoemen. Korea heeft relatief veel inwoners en is erg bergachtig. Het is woekeren met bouwruimte. Tussen al die woontorens is trouwens een best gezellig, bijna Europees, winkelgebied.




Het wordt een dag met alleen maar regen. We gaan tóch naar het forest. We zijn niet alleen. Koreanen laten zich niet kisten door slecht weer. 



Na een mooie wandeling door het bos met hoge sequoia-bomen worden we hartelijk ontvangen door de ouders van Jenny. We krijgen een traditionele Koreaanse lunch, wat overigens hetzelfde is als het Koreaanse ontbijt en het diner. Soep, salades, vlees met soep en noodles, groenten en rijst.


We bekijken de grote potten in de tuin. Potten die we elders ook buiten hebben zien staan en die gebruikt worden om groenten en vlees te fermenteren. 


Het wordt een warm afscheid. We bezoeken twee musea voor hedendaagse kunst. Vaak moeilijk te begrijpen vinden wij, maar deze tentoonstellingen zijn erg de moeite waard. 



Een fijne dag die we afsluiten met veel discussie. Over de arbeidscultus, zowel in Japan als in Korea. Officieel werken Koreanen 8 uur per dag, maar in de praktijk werken ze veel meer. Ze verdienen goed, maar er is geen leven meer naast het werk. Jay en Jenny willen niet deze 'Asian way of work'. Ze willen meer vrijheid om een leven te hebben met vrije tijd en om te kunnen reizen. Ze willen daarom niet voor een baas werken, want dan wordt gewoon van je verwacht dat je van 07.00 tot 21.00 of later werkt. Ze worstelen met de vraag of ze kinderen moeten krijgen. Waar blijft de tijd?
Voor veel jongeren in Korea is het leven niet gemakkelijk. Ze moeten veel uren maken op de universiteit om te voldoen aan de prestatie-eisen. Daarna kunnen ze naar de arbeids-slavernij. Het aantal suicides onder jongeren is, evenals in Japan, hoog.
Jay omschrijft zijn samenleving als heel traditioneel. Zijn vrienden kunnen niet trouwen als ze niet een huis kunnen kopen of voor meerdere jaren huren voor hun vriendin. Als hij dat niet kan, en velen hebben niet die mogelijkheid, kiest hun vriendin voor een rijkere vriend. De familie is daarbij allesbepalend. Zij eisen dat hun dochter kiest voor een man die een huis kan kopen. Er is wel enige verandering gaande, maar zeer minimaal. Jay en Jenny willen heel graag weten hoe dit bij ons gaat. Wij schrikken ervan dat dit relatief rijke en technisch gezien erg ontwikkelde land nog zulke traditionele waarden en normen hanteert. Dat zie je niet als je op de fiets zit. Jay en Jenny hebben ons veel geleerd over de Koreaanse cultuur. Verrijkt keren we terug naar ons donkere liefdeshotel.



zondag 6 mei 2018

Langeafstandsfietspaden

Dat is geweldig, die fietspaden. Er loopt een vierrivierenpad van het uiterste zuidelijke puntje van het schiereiland tot aan Seoul, meer dan 600 km. Daar fietsen we nu op, weg van de autowegen en door het mooie groene bergland. Om steile bergklimmen te vermijden zijn we met de bus van de kust het land in gegaan, over de autoweg met héél veel tunnels. Daarna het fietspad langs eerst de Bukhan gang en nu de Han gang, mooi, maar een sterke wind tegen. Wind die in onze oren dondert, ons beperkt in onze snelheid en ons zicht op de mooie omgeving.


 Het wordt eentonig voor de lezer. Zondagochtend in onze strakke, moderne hotelkamer worden we gewekt door de regen. Gelukkig belooft de weerapp in de middag verbetering en hoeven we pas om 12.00 uur uit te checken. De tocht van vandaag is maar 33 km. We hebben een 'dikke' digitale NRC. De tijd gaat snel..
De regen is niet echt koud. We hebben wind mee en we genieten van het prachtige groen, de heuvels, het mooie fietspad, de rivier.


Na een klim regent het even erg hard en schuilen we, met toestemming, op een bank onder een parasol in de voortuin van mensen. Als we een tijdje de regen weg zitten te kijken brengt de eigenaar ons twee kopjes Koreaanse thee, meer cup-a-soup, maar lekker warm en erg hartelijk. Die hartelijkheid ontmoeten we later weer bij een poosplaats, waar een paar fietsers op Koga's ons uitnodigen voor een break. We hebben een leuk gesprek met hen over onze fietsen. Het merk Santos is volgens hen in Korea heel beroemd, iets wat in ons land, waar ze gemaakt worden, alleen geldt voor het "wereldfietserswereldje". Ze voorzien ons van koekjes. In de weekends maken Koreanen graag gebruik van de fietspaden. Dat is leuk voor ons, die ontmoeting met soortgenoten en bij de regen met lotgenoten. 
We stoppen in wat aanvankelijk een wat oubollig hotel lijkt, maar onze kamer is heel groot en mooi. Onze badjassen hangen klaar en het uitzicht op de rivier is schitterend. Wat een leuke dag.


woensdag 2 mei 2018

Terug naar de kust

Als ik om 06.00 uur wakker word hoor ik de regen op het raam van onze torenkamer kletteren. Ja, we hebben een heuse torenkamer in een hotel met de architectuur van een kasteel. De weerapp belooft niet veel goeds en Frans oppert om de dag maar lekker in bed door te brengen. We doen onze ogen nog even toe maar om 08.00 uur ziet het weerbericht er iets gunstiger uit. We gaan op weg richting kust met 400 behoorlijke  stijgingsmeters in het vooruitzicht. Als we, na de nodige rustpauzes om weer op adem te komen, de 960 meter bereiken bevinden we ons in een dichte mist. Het beloofde koffiehuis is dicht. Een wolkendek omhult ons en in het niets dalen we voorzichtig af. 


Het is heel koud en als we veel lager een bordje café zien remmen we allebei af. De koffie in de, in een berghutsfeer ingerichte kamer, verwarmt ons. We krijgen van de uitbaatster ieder zomaar een paar nieuwe werkhandschoenen aangemeten om de warmte van onze handen vast te houden. 


We fietsen Jumunjin binnen. Een druk vissersplaatsje aan zee. We kiezen voor een room met 'oceanview'. In de mooie lichte kamer halen we onze sandwiches  te voorschijn en kijken terug op het slechte weer dat ons wel vaak treft deze reis.
Na een wandeling langs de vele visstalletjes eten we in een warm visrestaurant. 



De eigenaar, die op heel veel foto's in zijn zaakje te zien is, blijkt een fervent bergbeklimmer te zijn geweest. Hij heeft de hoogste toppen van elk continent beklommen en toont zich vereerd met onze belangstelling. Wij hebben natuurlijk ook enige berg-ervaring, waaronder bv. de hoogste top van Afrika. Zijn vrouw maakt een grote schaal vis voor ons. Krab, inktvis, grote garnalen en slierten van een soort taugé komen op een brander op tafel, vergezeld van een grote schaar en een aantal schaaltjes met ingelegde koolbladeren en zeewierbladen. De vis kookt en wij kijken vragend, met de bedoeling de brander wat lager te zetten. 


De vrouw interpreteert dit als een verzoek om hulp en met vaardige handen knipt ze de inktvis en de krab in stukken, ontdoet de garnalen van kop en staart en legt de schoongemaakte vis op onze schoteltjes, overgoten met het wat spicy kookvocht. 'OK'? vraagt ze en wij kunnen aan de slag. Het is lekker puur eten.