Effefietsen

Effefietsen

zondag 26 januari 2014

Het niet toeristische Maleisië

Na Georgetown fietsen we door streken waar we nauwelijks een westerling tegenkomen. Tweemaal ontmoeten we Engelse fietsers. Verder alleen Chinezen, Maleisiërs en Indiërs. Dat is wel wennen. We moeten uitzoeken wat we kunnen eten, want een Engels menu is niet vanzelfsprekend. En of we een biertje kunnen bestellen, of toch maar de ijskoffie? In dorpen is vaak maar één restaurant en soms zitten daar alleen mannen. Verder is er geen kip te beleven. Hotels zijn meestal heel basic. Er is een douche, een bed, schone lakens en handdoeken, maar het is vaak een kale bedoening. De hotels worden voornamelijk bezocht door inwoners van Maleisië en die doen het hier kennelijk mee. Ze beweren allemaal dat ze WiFi hebben, maar dat blijkt in de praktijk toch vaak alleen bij de receptie, of helemaal niet.

Onderweg krijgen we wel af en toe echt cadeautjes. In Kuala Kangsar bezoeken we het paleis van de sultan van Perak en nu koning van Maleisië. Iedere 5 jaar wordt er uit de 5 sultans die het land kent één tot koning gekroond, nu dus de sultan van Perak. De hele omgeving van het paleis wordt koninklijk district genoemd en ziet er om door een ringetje te halen uit. Mooie tuinen, een prachtige kade langs de rivier de Perak en het paleis straalt heel veel luxe uit.

Toen we Kuala Kangsar verlieten besloten we eerst nog een kop koffie te zoeken. Bij het koffietentje waar we terecht komen hebben ze broodjes, roti, met kip en lamsvlees. Dat is gauw beslist. Een broodje blijft luxe in dit rijstland. Terwijl we onze broodjes verorberen raken we aan de praat met een Indische man. Hij is erg geïnteresseerd in onze fietsen. Voor het eerst van zijn leven ziet hij een riem in plaats van een ketting. Hij maakt foto's en wil alles weten over de techniek en natuurlijk wat ze kosten. Tenslotte betaalt hij onze lunch en vervolgen we onze route, in afwachting van de nodige klimmetjes. 10% belooft onze routebeschrijving. De eerste was meteen 14%. Met moeite en ondersteund door enige Yvonnekreten wist ik het hoogste punt te bereiken. De vele andere klimmen waren gelukkig wel 10%, dus dat waren relatief gezien weer meevallers. De weg die we bereden is een weg waar ik blij van word. Weinig verkeer, heuvelachtig, met zicht op de donkere silhouetten van de bergen in de verte en veel groen om ons heen.
Ik kijk mijn ogen uit naar de architectuur van de traditionele houten woningen. Ze staan op palen, oorspronkelijk om lucht/frisheid door te laten. Bij veel huizen zijn de open ruimtes inmiddels dichtgebouwd. Om extra ruimte te creëren vermoed ik. De huizen zijn in hun oorspronkelijke houtkleur, of geverfd in vrolijke kleuren groen, lichtgeel, oker, roze, taupe en, héél modern ogend, in wit met donkergrijs. Als deze huizen goed onderhouden worden zijn het plaatjes. We kennen ze wel uit andere Aziatische landen en ook de Queenslander huizen in Australië zijn van hout en op palen gebouwd.





Na een drukke weg gaan we met een pontje over en komen in een heel erg verlaten stuk Maleisië. We fietsen over een smal weggetje middendoor de kokos- en oliepalplantages. Er is een druk verkeer van ijsvogeltjes. Fantastisch, die felblauwe vogeltjes met hun lange snavels. 

Inmiddels zijn we op het echte platte Maleisië aangeland. De bergen hebben we achter ons gelaten. Het doet bijna Hollands aan soms. Kanaaltjes met bruggetjes naar de huizen en de groene rijstvelden zouden ook groene weiden kunnen zijn..
We zijn nu in Klang, een heel grote stad vlak bij Kuala Lumpur. We hebben een prettig, goed hotel. We laten onze fietsen hier een paar dagen staan om morgen Kuala Lumpur met de trein te bezoeken. We zullen er een paar nachten bij een Warmshowers adres logeren, zodat we tijd genoeg hebben om de sights op ons gemak te bezoeken.
En dáár zullen we vast wel weer toeristen ontmoeten.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen