Maandag 09-04. We bezoeken het Atomic Bomb Museum in Nagasaki. De stad die op 9 augustus 1945 om 11.02 uur werd getroffen door een Amerikaanse atoombom.
Wat een confrontatie. Natuurlijk kennen we de verschrikkelijke beelden die oorlog teweeg kan brengen. Maar de gevolgen van een atoombom zijn erger dan ik me had gerealiseerd. Eerst de totale wegvaging van alles, iets verder weg de ineenstorting van allerlei gebouwen door de schok, waardoor mensen bedolven raken. Dan de grote hitte, die mensen letterlijk verbrandt en gebouwen in de fik zet. Mensen sterven door gebrek aan water. Daarna nog de ziektes bij overlevenden door straling. Jaren nadien openbaren zich nog allerlei kwalen bij mensen. Ze worden gemeden om hun door de hitte verminkte uiterlijk, zijn angstig voor kanker, hebben verwanten verloren, ook de mentale schade is onbeschrijflijk. Oorlog kent alleen verliezers als erfenis. Dat wordt maar weer eens bevestigd door de gevolgen van deze bom. In het museum komen de technologische ontwikkelingen soms op mij over als spannende experimenten, waarbij het meten van de gevolgen van een atoombom onderdeel zijn. Afschuwelijk vind ik dat. En de experimenten gebeuren nog steeds in China, Noord-Korea, Rusland, Amerika. Ik heb meteen mijn handtekening gezet onder een verklaring tégen nucleaire bewapening die wordt aangeboden aan de Verenigde Naties. Ik kwam ontdaan van het museum.

Na een aantal mooie fietsdagen hebben de boze weergoden zich tegen ons gekeerd. Regen, regen, regen. De hele vrijdag hebben we in de regen gefietst. En niet zomaar een motregentje, nee, dikke wolken hebben zich de hele dag boven ons leeggestort. Een mooie afdaling belooft ons boekje, maar we zien er niets van, ingepakt als we zijn met onze helmen en daaroverheen de capuchons van onze regenjacks, zo hoog mogelijk dichtgeritst om de kou buiten te houden.
Zaterdag : storm. We beuken op tegen een stormwind, met windstoten die ons soms van de fiets afblazen. Mijn tranen zitten hoog. Langs de rotsachtige kust komt die wind plotseling uit onverwachtse hoeken en kan me zomaar de weg opslingeren, tegen een auto aan, of tegen de vangrail aansmijten. Het zijn barre dagen in het tot vrijdag zo zonnige Kyushu. We kunnen de stormdag afsluiten met een mooie tocht per ferry naar het eiland Amasuki.

Zondag is de wind veel minder en de zon schijnt. De weergoden zijn ons weer gunstiger gezind. We fietsen door een mooie groene vallei. Bergen om ons heen. Er wordt volop rijst geplant. Kikkers kwaken. Het water voor de rijstplantjes wordt vóór de plant bespoten. Voeding? Of gif? Ik gok maar op het eerste, mijn fietsmaat niet.
Er volgen wat korte maar hevige klimmen en 11 tunnels. We passeren pittoreske haventjes en dorpjes en daarna kijken we neer op een prachtige kust. Witte koppen werken zich omhoog uit het turquoise water en vallen neer op de rotsen. Fantastisch. De zon is ons welgezind. We missen net onze ferry naar Nagasaki en moeten 2 uur wachten, maar de kaartverkoopster verwent ons met Japanse zoutjes. De ferry blijkt een kleine maar snelle boot. Een auto kan er niet op. Onze fietsen passen net. Gelukkig is de zee rustig vandaag en we scheuren op Nagasaki aan.

Daar zoeken we de ons inmiddels vertrouwde Toyoko Inn, voordelig, maar alles klopt. We sluiten de dag af met een heuse Japanse maaltijd, allemaal kleine hapjes, lekker. We hebben verder gefietst dan gisteren, maar zijn veel minder moe, dank zij het mooie, maar nog erg koude weer.
De goed Engels sprekende receptionist van ons hotel haalt zijn schouders op als ik hem vraag waarom zoveel mensen met die mondkapjes op lopen. 'Er is niet echt een noodzaak toe' zegt hij. 'Het is een beetje mode geworden'. Ik concludeer dat hij het eens is met mijn veronderstelling dat het vooral gezondheidsfreaks zijn.
Kagoshima blijkt een echte stad met arcades, waaronder winkels, brede straten, tramverbindingen en aangename parken. We bezoeken een paar musea. Het Museum of the Meiji Restoration leert ons veel over de geschiedenis. Japan is eeuwenlang geïsoleerd geweest van de wereld buiten Japan. De eigen cultuur werd tot eind 19e eeuw fel verdedigd. Invloed van buiten was bedreigend. Tot er een korte oorlog met Engelsen gevoerd werd en men inzag hoe groot de voorsprong was die de tegenstanders hadden. De Satsuma-clan uit Kagoshima stelde zich open en zag het belang in van leren van het westen. Ze zonden in 1865 8 studenten naar Engeland. Daarna ging het snel. In een recordtempo hebben de Japanners hun achterstand op technologisch gebied ingehaald. In 1889 werd een constitutionele monarchie ingevoerd en een jaar later was er zelfs een parlement.
' s Middags bezoeken we het City Art Museum. We zien al snel voor ons herkenbare beelden van Zadkine en Rodin in de voortuin. Het museum heeft een mooie realistische tentoonstelling en een permanente collectie die bestaat uit een mengeling van Japanse en Westerse kunst. We brengen hier een aantal aangename uren door en zijn verbaasd dat we dit museum bij toeval hebben ontdekt. De Lonely Planet noemt het niet.
We hadden een fijne staddag.
We komen terecht in een wat luxer hotel in de deprimerende omgeving van wat wij een industrieterrein zouden noemen. We willen een biertje kopen en zien een soort mall met een supermarkt met een delicatessenafdeling. Wat jammer dat we het Japans niet kunnen lezen. Al die prachtige vissen, hammen en groenten die we niet kunnen plaatsen. Een enorm assortiment. Frans vergelijkt het met de Italiaanse supermarkten. Het is leuk om hier een bezoek te brengen.

Op dit terrein vinden we ook nog een leuk eettentje. Dat hadden we in deze omgeving niet verwacht.
Woensdag 4 april fietsen we over de flanken van de vulkaan Sakurajama op het gelijknamige schiereiland naar de veerboot die ons naar de stad Kagoshima moet brengen. De tsunami heeft veel indruk gemaakt op de Japanners. Deze regio is niet getroffen door de laatste tsunami. Dat was veel noordelijker. Maar de preventieve maatregelen zijn niet van de lucht. De prachtige zeekust wordt verstoord door barrières van betonnen golfbrekers die op zee zijn geplaatst. Op een bankje aan de boulevard mijmerend de zee aanschouwen is er niet meer bij. Er is een betonnen wal gezet tussen de wal en het strand. Kennelijk heeft het veiligheidsvirus hier toegeslagen.

De vulkaan blijft zijn best doen. Rookwolken stijgen op uit de berg. Strandjes zijn zwart, de bermen grijs van de as. Toch wonen hier gewoon mensen. Er is een speciaal asvooruitzicht bij het weervooruitzicht. Mensen wapenen zich dan met paraplu's.
De as verontreinigt de was, maakt je tanden zwart en bevuilt de auto's.
Na een pittige maar weer heel mooie route, deels langs de kust, deels door een vallei, waarbij we veel moeten klimmen komen we aan bij ons verblijf voor deze nacht, een minshuku. Een minshuku is - hebben we ons laten uitleggen - een soort B&B. Een aantal kilometers van de hoofdweg af, op het land tussen de rijstvelden tegen een bergwand, vinden we het mooie, traditioneel maar moderne huis. We krijgen er een mooie grote kamer, Japanse stijl. Toegang via een dunne schuifdeur, een ruimte met in het midden een laag tafeltje, de vloer is belegd met tatamimatten en aan 2 wanden bevinden zich ondiepe ingebouwde kasten, in één ervan de opgevouwen futonbedden. Een glazen schuifwand geeft uitzicht op de tuin en toegang tot een terras. De eigenaar is wel erg zuinig op zijn spullen. Schoenen uit in huis, dat is normaal in Japan. Maar onze slippers mogen niet in de kamer. Op de toilet moeten we weer andere slippers aan en zómaar op zijn gras lopen mag ook niet zonder speciale slippers. Maar we kunnen nog heerlijk even op zijn terras genieten van de zon, waar nu ook de was te drogen hangt die we in zijn machine hebben gedaan.
Als we gaan slapen moeten de futonbedden op de tatamimatten in de kamer. Tafeltje aan de kant, we leggen de matrassen uit en daarop de dekbedden het slaapt heerlijk.
Japanners zijn bescheiden mensen. Ze willen wel altijd graag weten waar we vandaan komen en zijn vol bewondering als we zeggen dat we op de fiets een rondtour maken rond Kyushu. Als mensen je ergens moeten passeren krimpen ze in elkaar, verontschuldigend. Ze zeggen je buigend gedag en als ze je thee of koffie aanreiken doen ze dat met twee handen. Ik vind dat wel aangenaam eigenlijk.
Het is Pasen in het westen. Onze familie zoekt traditiegetrouw naar paaseieren. We hopen dat onze jongste kleindochter erbij kan zijn, want ze heeft buikgriep.
In ons fijne hotel maakte ik gisteren gebruik van een warme stone-spa. Ik moest me uitkleden en kreeg een pyama en handdoeken. Ik mocht me neervlijen op warme stenen en kreeg een zandlopertje. Na vijf minuten moest ik me omdraaien. Slaapverwekkend. Daarna een douche en ons eigen bed in. Ik slaap als een roos.
Met Pasen, dat hier totaal onbekend is, fietsen we over een prachtige kustweg. De begroeiing is subtropisch. De zee is turquoise en heeft de rotsen opvallend getekend. De zon schijnt. We fietsen door een bloemrijke botanische tuin, Voor ons is het een heus paasfeest.
We bezoeken het Udo-heiligdom. Veel stenen trappen op en weer af, een tunneltje door en dan is er een ossenrood geschilderde poort die toegang geeft tot het heiligdom, dat is uitgehouwen in de rotsen. Mensen komen hierheen om een wens te doen. Wij laten dit maar even aan ons voorbij gaan en genieten vooral van de prachtige ligging aan de rotsige kust en de bruisende branding daar beneden. We fietsen door naar onze hostel in Nichinan.