Effefietsen

Effefietsen

vrijdag 23 juli 2021

Jarig

 Gisteren bezochten we onderweg ook nog Bra. Eerst reden we door Pollenzo waar de Universiteit van de Gastronomie gevestigd is in een voormalig klooster. Het is de bakermat van de slow food-beweging. Daarna in Bra de school waar het internationale werk van Frans begon met het Europese onderwijsproject Eurotopics. Hij heeft hier Gino leren kennen en er mooie herinneringen liggen, maar het is zo lang geleden dat we het er maar niet op wagen de school daadwerkelijk binnen te gaan.

Mijn verjaardag: we moeten de mooie stadsvilla verlaten en worden bij de nabijgelegen bar heel vriendelijk ontvangen voor het gearrangeerde ontbijt. Een chocoladecroissant dan maar bij gebrek aan een broodje kaas. Het bevalt me beter dan ik verwacht had.
We gaan op pad. Na 30 km fietsen langs de flanken van een berg met schitterende vergezichten onze eerste rustpauze. Dat is feest. Al die felicitaties op mijn telefoon lezen, ik voel me nu echt jarig.
Onze fietstocht wordt nu een beetje saai. Het is vlak platteland, er staat heel veel maïs! De streek oogt welvarend. Veel grote huizen en ook mooie auto’s. Als we het begin van de Valle del Po naderen begint het weer mooi te worden. Over smalle weggetjes komen we bij ons hotel net buiten Saluzzo aan. Prachtig gelegen met voor onze kamer een eigen terrasje in het gras buiten. De zon is wat verscholen, dus we hoeven ons niet in onze kamer bij de airconditioning te verschansen. Naast de vele hartelijke felicitaties kreeg ik een video-aubade van zoonlief en kleindochters. Geweldig. Ik voel me een prinses soms. 

De routine als we in een hotel aankomen is eerst lekker douchen. Ik lees daarna de NRC terwijl Frans onmiddellijk aan de slag gaat om alle batterijen op te laden en dan de route van de volgende dag uit te zetten en een B&B of hotel te reserveren. Als mijn zadel te ver naar voren staat zorgt hij ervoor dat het goed staat enz. Prinsesje toch? En ik vraag er niet eens om en het is niet alleen op mijn verjaardag zo!

We besluiten mijn dag met een wandeling in het historische Saluzzo met een heerlijke vismaaltijd in een smal en oud straatje. Nu genieten we wat nog na op ons privé- terrasje bij het hotel. Het schemert al...

donderdag 22 juli 2021

Monferrato en Langhe

Op mijn huurfiets vertrekken we 19 juli vanuit Turijn. De fiets is even wennen en een beetje gespannen was ik wel, maar het is een prachtig sportieve Riese&Müller. Nadat we onze tassen bij Gino in de garage op de fiets hebben geladen drinken we nog een koffie met hem in een koffiebarretje en dan vertrekken we richting Po. Het fietspad langs de Po is mooi en rustig. 37 km verder bereiken we het door ons geboekte hotel La Noce in Chivasso. Keurig hotel.

De volgende dag fietsen we door de Monferrato. Het gebied heeft veel heuvels, die hoog afsteken bij de dalen die het gebied doorsnijden. De meeste dorpen liggen op de heuvels. Historisch gezien is dit logisch, zo zag men de vijand van ver aankomen. Nu biedt het prachtige vergezichten. Het landschap doet me aan Toscane denken.
Het agriturismo in de heuvels van Cortanze is lieflijk. We eten er heel luxe met de aanbevolen wijn uit de regio: Barbera d’Asti. Eerst een amuse met een klein stukje zachte kaas met daar bovenop een klein hoopje van peterselie met knoflook, een gebakje. Dan het voorgerecht, het zo beroemde gerecht uit deze streek: rauw vlees, met een mes op een plank helemaal fijn gehakt, heerlijk bereid met kruiden. Daarna een gerecht van zeer fijn gestoofde varkenswangetjes, een soort draadjesvlees vond ik met gecaramelliseerde worteltjes. Niet voor niets staat dit gebied bekend als het centrum van de slow foodbeweging, eenvoud waarbij de kwaliteit van de gerechten de maaltijd bepalen.
Mijn ogen vielen al dicht toen ik mijn bed zag. We hebben heerlijk geslapen.
Het ontbijt bestond uit wel 5 verschillende taarten. Typisch Italiaans, een ontbijt bestaand uit ‘dolce’, zoet dus.
21 juli gaan we op weg naar Alba, oorspronkelijk de stad met de 100 torens, waarvan er nog een bescheiden aantal boven de stad uittorenen. Het is aangenaam wandelen in de smalle straatjes en een bezoek aan de fraai gedecoreerde kerken is eigenlijk altijd bijzonder. Onze kamer bestaat uit louter design, dat je ook kunt kopen. Het geheel is omlijst met zwart marmer en heeft een luxe uitstraling.
22-07 is de dag van La Morra met een prachtig belvédère, maar daarvoor moeten we wel flink klimmen. Met de turbostand op mijn machine gaat het vrij goed. We kijken uit op de wijngaarden, de omliggende dorpen. Echt fantastisch. Een aantal jaren geleden was ik hier ook met Frans en Gino, op een winterse dag, heel anders dan nu met 34˚C. Onze rit gaat verder door de hazelnootkwekerijen voor de Nutella, die hier ook vandaan komt. We volgen zoveel mogelijk de kleine weggetjes, geholpen door een track die Frans gisteravond gemaakt heeft op de website Alltrails. Die weggetjes zijn niet altijd even gemakkelijk. Soms is het gravel en/of steil omhoog of naar beneden, maar we verkiezen deze boven de drukkere hoofdwegen.

De aankomst in Cherasco is verrassend. Onder een grote ark door, the Arco di Belvedere, aan de onvermijdelijke en hier parkachtige Via Vittorio Emanuele II ligt een prachtige oude stadsvilla, waar wij de bovenste verdieping van bewonen. Een mooie plek om mijn verjaardag in te luiden.

Voor meer foto's klik rechts op "alle foto-albums" en op "Piemonte"





zondag 18 juli 2021

Turijn

Een heerlijke stad om als toerist een paar dagen te vertoeven. De oude stad heeft heel veel moois te bieden. Daar kom ik op terug. De voorsteden vind ik ronduit deprimerend. Hoge flatgebouwen met nauwelijks balkons. We kennen het appartement van Gino en dat is heel klein. Hun uitzicht aan de ene kant is het binnenpleintje waar de garages op uitkomen. Vanuit de andere zijde van zijn appartement heeft hij uitzicht op de b ergen van Aosta. En dat is het positieve aan wonen in de voorstad: heel snel nadat je de stad hebt verlaten heb je uitzicht op de besneeuwde toppen en de prachtige silhouetten van de Alpen. Turijn is prachtig gelegen. Het centrum is heerlijk om te wandelen. Mooie galerijen, art nouveau-passages, parken en met bomen omzoomde paden die zorgen voor de nodige schaduw. Veel terrassen waar je lekker koffie kunt drinken, kunt borrelen of dineren. 


En dan de musea. Vanuit ons eenvoudige, maar bewust groene hotel wandelen we naar de Pinacoteca Agnelli. Dit is een kunstmuseum boven op de voormalige Fiatfabriek. Een gigantisch complex met een bescheiden collectie van de nalatenschap van Agnelli, grondlegger van Fiat. Een paar schilderijen van Matisse, Picasso, Renoir en veel beeltenissen van Venetië. En een fototentoonstelling van Corbusier, die als autoliefhebber Turijn meerdere malen bezoekt en ook ontwerpen maakt voor Fiat. 

Met de moderne metrolijn gaan we van daar naar het centrum waar we ons verwennen met een bicherin, befaamd en terecht, want heerlijke chocoladekoffie, een Turijnse specialiteit. Wij drinken hem op het terras, maar eigenlijk past deze lekkernij beter in de prachtig klassiek ingerichte café’s, waar je plaatsneemt op de roodfluwelen bankjes om te kijken naar de prachtige houten bar, waar de koffie wordt bereid. 
We bezoeken World-Pressfoto in Palazzo Madama op de centrale Piazza Castello. Ik word daar niet echt vrolijk van. De geselecteerde foto’s tonen vooral de zelfkant van het bestaan in deze wereld. Daar is veel mis en de confrontatie veroorzaakt bij mij een somber gevoel. Wat moet dat betekenen voor onze lieve kleindochtertjes, onze oogappels? Schrale troost is misschien dat Frans en ik in de tijd van het verschijnen van het rapport van de Club van Rome hevige twijfels hadden over het al dan niet willen zorgen voor een kind. Ruim vijfenveertig jaar later zijn we gelukkig met zoon, schoondochter en twee kleindochtertjes. Het kan nog verkeren.

Op 17-07 bezoeken we per auto het Castello di Rivoli, even buiten Turijn. Het Castello herbergt een toonaangevend museum voor hedendaagse kunst. Het was zeer hedendaags, de bovenste verdieping was vrijgemaakt voor een vaccinatiecentrum. Het is een aardige tussenstop op onze weg naar Frassinere, waar Gino en Anna een huisje hebben en waar ze een lunch hebben gereserveerd in een traditioneel restaurant. Het is een erg smal en steil bergweggetje vanuit het Susa dal naar 1000 meter hoogte, maar prachtig. Bij iedere bocht, en dat waren er veel, en bij iedere tegenligger, gelukkig heel weinig, hield ik mijn adem in. Frans gebruikte dan vaak de claxon.
De Italiaanse lunch is voor mij eigenlijk te veel. Gelukkig vinden Gino en Anna dat ook en kijkt men in het restaurant niet vreemd op als we onze schotels willen delen. Het gedeelde voorgerecht bestaat uit ingelegde paprika’s en courgette, ansjovis, salami, tomaten. Voor Gino dan een pastaschotel met een ragout/gehaktschotel en voor ons, die de 
pastaschotel hebben overgeslagen, daarna aardappeltjes met wildzwijn uit de regio, door de baas zelf geschoten. Tiramisu met chocoladesaus en koffie na. We gaan nog even mee voor een korte nazit bij Gino en Anna op hun door blauwe regen overspannen terras en dan de steile afdaling terug naar ons hotel. Nog even een uurtje op een terrasje bij een laadpaal om de accu van onze electrische auto weer op 100% te brengen.

18 juli bezoeken we eerst het GAM, de Galleria Civica d’Arte Moderna e Contemporanea di Torino. Werkelijk prachtige kunst, ruim twee uur binnen geweest. Daarna uitrusten op het terras van Platti, een ca.150 jaar oude en prachtige koffiebar. Wandeling door de tuinen van het voormalige koninklijk paleis en langs de Po. Uitrusten met mijn favoriet geworden Italiaanse drankje Campari Spritz. Een pizza en een salade en terug naar het hotel. Voor Frans om met ontroering de finish van de tour de France te bekijken en voor mij om dit blogje te schrijven. Morgen op de fiets hopen we..

vrijdag 16 juli 2021

Van korte duur

We gaan op weg. Een staalblauwe hemel vergezelt ons. In de schaduw is het nog koud maar er ligt een mooie dag voor ons. Na 25 km op een goed fietspad een helling. Ik schakel de elektrische ondersteuning op tour, op sport, maar ik kom er niet. Frans wacht geïrriteerd. Ik ben vaak niet zo handig, dus hij denkt dat ik niet goed gebruik heb gemaakt van de mogelijkheden van mijn luxe Riese-Müller. Hij probeert mijn fiets ook, maar nee, op mijn display verschijnt de boodschap 'foutcode 500'. Met mijn nu zware fiets op zoek naar een fietsenmaker. Een paar kilometer verder rijden we Villadossola in en daar zit er een, die ook Bosch-dealer blijkt te zijn. Hij controleert alles, meet het door, allemaal volgens de Bosch-instructies, maar de eindconclusie is dat de motor het heeft begeven. Daar zitten we dan, ergens in Noord-Italë.

De vriendelijke fietsenmaker brengt ons, ondanks het gegeven dat het zijn lunchpauze is, terug naar onze auto, die we voor enkele weken veilig hadden geparkeerd in Varzo. We hadden al een hotel geboekt aan het meer van Orta, dus daar dan maar toe en een nieuw plan maken. Frans zoekt meteen naar oplossingen. Ik ben nog niet zover. 
Frans zoekt contact met onze vriend Gino in Turijn met de vraag of hij voor ons kan uitzoeken waar we eventueel een fiets kunnen huren voor mij. We eten in een eenvoudig restaurant. We krijgen een prosecco en een amuse van het huis en dat maakt onze stemming wat opgewekter. 
Gino heeft inmiddels een Bosch-dealer gevonden die bekend is met het softwareprobleem van de Boschmotor. Bosch blijkt coulant om te springen met garantie, ook als die is verlopen. En die van mij is al drie maanden verlopen! 
Gino helpt ons met de onderhandelingen en het nodige vertaalwerk. Fantastisch zo’n regisseur. Maandag heb ik een Riese-Müller leenfiets met Boschmotor. Nu: Turijn, musea, zondag Fassinere, het buitenhuisje in de bergen van Gino en Anna en maandag een fietstocht in de Piemonte. Ik hoop het...





dinsdag 13 juli 2021

Weer op de fiets, of nog even niet?

Eindelijk weer echt op de fiets. Voor het voorjaar van 2020 hadden we een tocht gepland in Spanje. Corona stak daar een stokje voor en dat gebeurde dit jaar weer. Toen de regels wat werden versoepeld en Frans en ik beiden twee vaccinaties hadden geconsumeerd, durfden we het wel aan. Piemonte werd ons doel. Eerste met de fietsen op de auto naar Brig, aan de voet van de Simplonpas en dan op de fiets de pas over en op richting Piemonte.

In Duitsland overnachten we in een door Italianen opgezet splinternieuw hotel. Hij raadt ons een uiteraard Italiaans restaurant aan waar we op het terras heerlijk genieten van onze eerste dag. Dan op naar Brig. Maar onderweg doen we Martigny aan, waar een tentoonstelling blijkt te zijn van Caillebotte. Wat fijn: weer een museum met kunst waar we allebei zo van kunnen genieten.

Brig blijkt een leuke plaats. Ons hotel is zo’n groot en onpersoonlijk geval, maar het stadje is historisch en vriendelijk met leuke terrassen. We hebben heerlijk weer en kijken uit naar onze fietstocht. Maar helaas. We staan op met regendruppels op de ruiten en een harde wind die loeit om het hotel. Met dit weer is de Simplonpas doen op de fiets alleen maar ellende. We besluiten de fietsen op de auto te laten en in de stromende regen, soms vergezeld van een knetterende donder bereiken we de Simplonpas en rijden we verder naar Varzo naar het door ons geboekte B&B. Wat een verrassing. Over een supersnel bergweggetje komen we aan bij een schitterend oud landhuis. Wij blijken de enige gasten. Alles is in mooie petrol/turquoize-achtige tinten. De deuren met de gekleurde randjes, de  vloerbedekking, de beddensprei en de fauteuiltjes. En dan het uitzicht op de palmbomen in de tuin, de bergen met zijn steile wandenen besneeuwde toppen, het niet aflatende geluid van de ruisende rivier. Het is een romantische plek. Het eerste gevoel van vakantie, van op pad zijn in een ander land, het begint weer te komen. We hopen op beter weer en dan is het weer terug.
.  

dinsdag 8 oktober 2019

Een nieuwe fase

Een nieuwe fase, zo noemde iemand het toen hij hoorde dat we onze eerste ervaringen met langere afstanden op de e-bike achter de rug hebben. Ik zeg het nog steeds met enige schroom, omdat ik er een hekel aan heb als zo'n grijze meneer of mevrouw langzaam trappend met een groot verzet mij passeert. Zó wil ik het niet! Ik voelde mezelf daar enigszins boven verheven, omdat wij alles op eigen kracht deden. Tot ik vorig jaar in de bergen van Japan en Zuid-Korea toch wel erg moe werd van het voortdurende stijgen en later in het jaar van de straffe wind tégen in ons land. Aarzelend opperde ik bij Frans dat een e-bike misschien ondersteuning zou kunnen bieden. Frans schrok daarvan. Dat vond hij niks, maar toen we samen over de Ginnekenweg liepen ging hij toch naar binnen bij Juizz om te zien welke mogelijkheden er zijn. En nu ben ik in het bezit van een sportieve Riese&Müller. Frans heeft zijn Santos laten ombouwen. Ik gebruik de accu bij voorkeur in de laagste stand, omdat ik het gevoel wil houden dat ik fiets, maar ons fietsreisje in Duitsland en onlangs in de Provence heb ik heerlijk gevonden. 

September was één groot feest voor ons. 
Een vriend van ons, Jacques, is 70 geworden en hij nodigde ons uit op zijn feest in Lunas, Zuid-Frankrijk. Hij zorgt voor drie hotelovernachtingen. We kunnen voor een habbekrats naar Montpellier vliegen, maar ik zou wel willen fietsen in Zuid-Frankrijk. Op internet zoeken we naar uitgezette trajecten. Bij Eigen Wijze Reizen hebben ze een mooie route in de Provence. We boeken en laten Jacques weten dat we graag van de partij zullen zijn op 14 september. 

Op 3 september, ná Bloemencorso uiteraard, vertrekken we in onze Mitsubishi met onze fietsen op de drager naar het zuiden. Vrij snel parkeren we in Villeneuve Métropole waar we het Musée d'Art Moderne bezoeken. Dan zoeken we ons B&B  op en verkennen de oude stad van Lille. Mooie Middeleeuwse straatjes, aantrekkelijke winkels en restaurantjes. 

Na een eenvoudig ontbijt gaan we met de Métro naar Roubaix. Er wordt veel regen verwacht, dus laten we de auto met de fietsen in de garage staan. Roubaix staat bekend als grote industriestad en we zijn dan ook blij verrast als we boven de grond komen op een prachtig plein met een indrukwekkend stadhuis, dat wijst op een rijk verleden. Met een kopje koffie tegenover het stadhuis raadplegen we ons boekje. Roubaix was een textielstad. Door de ontdekking en invoering van de stoommachine kon de textielindustrie tot grote hoogte komen. Het stadhuis met in friezen een verhaal van schaap tot textiel, is een afspiegeling van de rijkdom in die tijd.
In 1932 werd er het mooiste zwembad van Frankrijk geopend. Meesterwerk in art-déco. We raakten niet uitgekeken op het gebouw, nu een  museum met de naam La Piscine dat prachtige 19e en 20e eeuwse beeldhouw- en schilderkunst huisvest. Het zwembad en ook de kleedhokjes worden benut als tentoonstellingsruimte. In Lille zelf bezoeken we nog verwachtingsvol het Palais des Beaux Arts. In ons gidsje wordt het geroemd en vergeleken met het Louvre, maar na de prachtige Piscine valt het ons tegen. 

De volgende 500 km voeren ons naar Dijon. Het landschap is wat saai. Gouden graanvelden en af en toe een dorpje. We herinneren ons Noord-Frankrijk van de eerste etappe van onze Wereldfietsreis.  Er leek geen eind aan die glooiende velden te komen. Met de auto is het allemaal minder erg. 
Dijon blijkt een mooie oude stad te zijn. Veel historische gebouwen en pleinen. We wandelen en bewonderen de zandkleurige gebouwen. We bezoeken de kathedraal en drinken een biertje en een Kir op een terras. We hebben vakantie...

Op vrijdag naderen we de Provence. Eenmaal aangekomen bij ons hotel in Vacqueras blijkt er een felle wind te waaien. De eigenaar vertelt dat dit de Mistral is. “Dat duurt meestal 3-6 dagen en dat is op de fiets geen pretje' zegt hij. Onze fietsweek begint dus met de Mistral. We zullen wel zien..
De volgende dag blijkt de wind wel mee te vallen. De zon schijnt, de lucht is fel blauw, de Provencaalse heuvels met zandkleurige huizen, rode pannendaken en blauwe luiken, terrasjes onder een platanendak, het is schitterend. Ik voel dat we weer onderweg zijn en ben in mijn element. 
De weg naar Rousillon is een echte bergweg. Een pas van 574 m met soms klimmetjes van 8-9%.  De rotspartijen rondom Rousillon zijn okerkleurig, het handelsmerk van deze regio. 
Ons hotelkamertje is sympathiek. Een appartementje op de eerste verdieping. Een eigen balkonnetje, een mooie ontbijtkamer met veel informatie over de regio. 
De ochtend is koud, maar het is windstil en langzaam warmt de zon ons op. De heuvels zijn steil. Als echte toeristen bezoeken we de Middeleeuwse dorpjes. We bewonderen de bijzondere architectuur. Rotsen in gebruik als fundament voor kastelen en landhuizen. In La Coste zien we het kasteel waar de Marquis de Sade ooit gesetteld was en dat later werd gerestaureerd door Pierre Cardin. De Sade heeft filosofische kritieken geschreven op de moraal van zijn tijd. Hij was atheïst en was van mening dat de mens zijn individuele hartstochten moet botvieren. Hij illustreert dit met allerlei sadistische gruwelijkheden. Hij werd veroordeeld vanwege seksuele escapades, maar was toch vooral schrijver, 

Langs smalle en stille weggetjes, tussen de wijnstokken en de lavendelvelden, met zicht op de witte kap van de Mont Ventoux, fietsen we naar Apt, waar we de Romaanse 11e eeuwse kathedraal bekijken. Dan terug naar Rousillon.

De volgende dag worden we begroet door een grijze hemel. Stromende regen. 100% op de buienradar. Frans zoekt nog naar kortere routes naar onze volgende bestemming, Sault, waar een hotel voor ons is geboekt. Dat lukt niet. We gaan gewoon. Een lange regendag, met een col van 800 m. Ondanks de regen, gelukkig geen slagregen maar recht naar beneden vallend,  genieten we van het prachtige berglandschap. 
Aangekomen in het hotel verheugen we ons op een warme douche, maar helaas, de douche blijkt niet echt warm. Alles is wat oud. Onze kamer is mooi gekleurd in het oker, muren, gordijnen, de sprei op ons bed. Het hotel lijkt vergane glorie, de plafonds in de ooit glorieuze eetzaal bladderen af, het ruikt overal een beetje muf, onderkomen. Het dorp is nu, ontdaan van de zon, licht deprimerend. Er is geen winkel of restaurant open, het is siësta. Er is één café met uitzicht op de vallei, waar we koffie kunnen drinken, een wijntje, een biertje, een crepe, nog maar een biertje en een wijntje en dan een dutje in het hotel. Het eten smaakt er goed en de bediening is aardig.
De volgende dag lijkt Sault een metamorfose te hebben ondergaan. In de regen was er geen kip op straat. Nu is het markt, een keur aan mooie kazen, fruit, wijn uit de regio, textiel, keramiek. De zon schijnt. Mensen lopen vrolijk langs de marktkraampjes: De Provence.

Onze laatste fietsdag is prachtig. We fietsen boven de diepe Gorges de la Nesque en langs de smalle kloof dalen we naar Villes-sur-Auzon. Daar wacht koffie op ons. De lucht is alleen maar blauw en de omgeving onbeschrijflijk mooi. Tussen de wijnstokken rijden lage, smalle tractoren met erachter metalen kiepkarren. De druivenoogst is begonnen. 
Als oude bekenden worden we begroet in ons hotel in Vacqueras. Het was een heerlijke en mooie fietsweek. Onze e-bikes konden de pittige klimmetjes goed aan. 

13 september gaan we op weg naar Lunas. Daar wacht Jacques op ons en veel andere gasten. Hij heeft een groot buffet gemaakt. Het is gezellig, een soort reünie. Praten en veel wijn. Zaterdag is Frans ook jarig. We wandelen met René en Marijke en met Mo. Om 16.00 uur worden we verwacht op het terras van het kasteel. We krijgen een prachtig menu opgediend.
Op zondag blijken René en Marijke geen fietsen te kunnen huren. Onze voorgenomen fietstocht wordt daarom weer een wandeltocht. Daarna een late lunch en een nazit op het terras bij Jacques.

Maandag 16 september zijn Frans en ik 50 jaar getrouwd. We gaan op weg naar de Morvan, waar Margriet en Charles een prachtig huis hebben. Margriet trakteert ons op een feestelijk dineetje Een genoeglijk bezoek. Daarna de lange rit naar Breda.
Wat een fijne tijd.


dinsdag 27 augustus 2019

Juli-augustus 2019, drie weken fietsen in Midden-Duitsland

Geen indrukwekkend verre reis ditmaal. Frans en ik hebben al zóveel gezien in de wereld, dat we niet echt verrast meer zijn. Bovendien heeft het massa-toerisme een enorme vlucht genomen. Plaatsen die wij nog authentiek konden noemen, worden nu overspoeld door mensen en dat zien wij met lede ogen aan. Fijn dat iedereen kan reizen tegenwoordig, maar massa-toerisme vervuilt de aantrekkelijkheid van veel mooie plekken. Vliegen kan bovendien tot schaamte leiden, omdat het vervuilend is voor het milieu. Dan maar met onze e-bikes, die we sinds deze winter hebben, omdat ik erg moe werd van het klimmen in Zuid-Korea en tegen de wind fietsen in Friesland. We laden de fietsen op met electriciteit van onze zonnepanelen. Verantwoord toch? 

We vertrekken naar Duitsland via Roermond. Naar Roermond met de trein. Lekker 1e klas, omdat ik mezelf nog steeds de luxe gun van een 1e klasse-abonnement en Frans met korting met me meekan. Maar dan blijkt het fietsverblijf in de trein behoorlijk krap bemeten. Het staat vol met fietsen en trailers en dan ook nog koffers van mensen op reis. Tja, het is vakantietijd. Fietsers zijn over het algemeen mensen die zich gemakkelijk schikken. Iedereen is behulpzaam, de sfeer is goed.  Maar omdat het zo vol is, blijven we in de buurt van onze fietsen. Staan dus in het fietsen verblijf met af en toe een uitstapje naar de 2e klasse coupé. 

Langs de niet echt spectaculaire Rur fietsen we naar het centrum van Düren om daar in het toeristenbureau nog wat informatie in te zamelen voor fietsroutes in M.Duitsland. Buiten de eigen Kreis Düren heeft men echter geen informatie en heeft de mevrouw ook geen idee! Dan maar naar het door ons geboekte hotel buiten het centrum van Düren. We hebben al 80 km gefietst. Eenmaal aangekomen bij de hartelijke eigenaar besluiten we ons even op te knappen en lekker ergens te gaan eten. Maar, alle restaurants in de directe omgeving, waarmee het hotel zichzelf op internet profileerde, zijn wegens vakantie gesloten. Hij beveelt ons een restaurant aan een meer aan, een ½ uur wandelen. En we wandelen. Weer geen bijster mooie natuurwandeling. Dan blijkt het restaurant die dag om 17.00 uur zijn deuren te hebben gesloten. Enigszins gedesillusioneerd wandelen we terug. Het is inmiddels 20.45 uur. Gelukkig is de supermarkt tot 21.00 uur open. De beker cappuccino mogen we vergeten, want de koffiemachine wordt al schoongemaakt. De salades zijn ver op. Wat resteert nemen wij mee met een paar broodjes. Ons luxe diner.

Verwachtingsvol vraagt de hoteleigenaar de volgende dag naar onze ervaringen met het door hem aanbevolen restaurant. Hij voelt zich schuldig als hij ons verhaal hoort en adviseert ons wat extra te ontbijten. De verse broodjes zijn lekker! 

Met nieuwe energie fietsen we naar Bonn, waar we voor twee nachten een hotel hebben geboekt. Het blijkt een leuk klein hotel, in het midden van het centrum. De eigenaren hebben op de bovenverdieping van een winkel mooie kamers en een heel fijn terras gecreëerd. Natuurlijk bezoeken we het kunstmuseum, waar een tentoonstelling van August Macke (1887-1914) blijkt te zijn. Prachtig werk, vrolijk en licht. Onvoorstelbaar, wat een productiviteit in zo'n kort leven (gesneuveld in de eerste weken van WO I, es lebe der Kaiser!). 
We zijn enthousiast over zijn werk en besluiten ook  nog het August Macke museum, gevestigd in zijn voormalig woonhuis, te bezoeken. Ik kende August Macke al van mijn cursus kunstgeschiedenis, maar werd nu verrast door de schoonheid van zijn werk. 

Het campingleven is aan de beurt. Wat schrikken we als we in de buurt van de camping bij Ahrweiler komen. Het lijkt wel een busstation. Grote witte bussen, de campers, staan hutje mutje op elkaar. Nauwelijks ruimte voor een tafeltje en tuinstoelen. Gelukkig zijn er aparte tentveldjes waar het leven de gemoedelijkheid heeft die we in onze herinnering hebben opgeslagen. Een vader met zijn zoontje van een jaar of 9, ook op fietsreis, beiden in een witte trui. Als ze vertrekken bevestigt de jongen zijn Ortliebtassen aan zijn fiets, hapt in een banaan en stapt op dezelfde manier als zijn papa op zijn fiets. En de vader met zijn dochter, ook al op de fiets. De dochter heeft 6 flessen gevuld met water, voor onderweg. En het gezinnetje met 4 kinderen op de fiets. De jongste nog maar net 2!

We fietsen langs de Lahn. Mooie vakwerkhuizen, kastelen op de rotsen, het romantische Duitsland. Een broodje op een bankje langs de rivier. We arriveren op een verlaten camping zonder faciliteiten. De eigenaar reserveert een pension voor ons. In een mooi vakwerkhuis laten we ons een biertje op het balkon goed smaken. De campings in deze regio zijn dun gezaaid. Daarom boeken we, vaker dan we tevoren gepland hadden, hotels. Wel comfortabel. 's Morgens in het donker de tent uitkruipen om naar het toilet te gaan is niet mijn favoriete begin van de dag. 'Moet ik dit nog wel willen' hoor ik Frans soms verzuchten. Maar in Kassel gaan we toch weer kamperen. En we vinden het weer leuk. Een Nederlandse jonge vrouw in een tent naast ons vraagt of we thuis een groot huis hebben. Als we bevestigend antwoorden zegt ze: 'dat dacht ik wel, anders begin je hier toch niet aan?'
Die Neue Galerie in Kassel heeft een mooie collectie moderne kunst. 

We fietsen verder langs de Eder en de Fulda en bereiken uiteindelijk de Weser. Dat moet de kers op de taart van onze fietsreis zijn. Ronald, een vriend van ons, was hier lyrisch over en heeft Frans zo beïnvloed, dat wij nu ook langs de Weser fietsen. Na de mooie Lahn valt de Weser ons wat tegen. 
Op de camping aan de rivier krijgen we de mooiste plaats toegewezen. Pal aan het water met een tuintafel en banken. We eten op het terras van het veerhuis. We worden verrast met een 'Schlachtbuffet', een buffet met allemaal vlees. Niet best in de vegatijd, maar wel lekker (en veel). 

Hierna volgt een zware dag. Stormwind tégen. De tour- en sportextra's van mijn e-motortje helpen wel, maar het blijft zwaar. Ons hotel ligt bovenop een heuvel en Frans zijn accu haalt het niet, effepuffen dus. Het dorp heeft een leuk Italiaans restaurant. Duitsland lijkt voor Italianen te zijn wat Nederland ooit voor Chinezen was. Ieder dorp heeft een Italiaan (vaak geen Italianen, maar Koerden, wordt ons verteld, maar Italiaanse pizza verkoopt goed!).

De volgende dag een camping, heel ruim opgezet. De eerste schrik van al die grote bussen was niet helemaal terecht.  Het is lang niet overal zo. 
De weg naar Münster is zwaar. Koud, een kaal landschap en een harde wind. Maar de tentoonstelling van Sean Scully is prachtig. 

Eenmaal in Winterswijk, weer op Nederlandse bodem, besluiten we naar het station te fietsen. Ons oorspronkelijke idee: nog naar Arnhem en daar op de trein, vervalt door de regen en wind die de buienradar ons voorspelt. Het campingleven zit niet zo meer in onze vezels. Ons eigen bed slaapt weldadig en een fietsreisje met hotels is aangenaam.