Effefietsen

Effefietsen

dinsdag 27 maart 2018

Euforie

Oita is een lelijke stad. Veel hoogbouw, geen architectuur, geen knusse hoekjes. We eten wat in een soort mall en observeren het straatleven. Mensen met mondkapjes. Je ziet het overal, op het trottoir, op de fiets, achter het stuur van de auto, in de keuken van het restaurant, waar al niet? Waarom dragen ze die? Frans heeft ergens gelezen dat ze een verkoudheid hebben en anderen niet willen besmetten, maar daar geloof ik niets van. Daarvoor zie je ze te vaak. Ik denk eerder dat het freaks zijn die beducht zijn voor luchtvervuiling, die hier ongetwijfeld is, maar niet erger dan bij ons. De hele tijd met zo'n kapje op vervreemdt volgens mij.
Meisjes zien er over het algemeen charmant uit. Een beetje tuttig vindt Frans, in onze termen meer college-look, netjes met een zekere chique.
Mannen zien we 's avonds na 20.00 uur in groepjes met hun donkere pakken en aktetassen langslopen. Identiek zijn ze, deze 'salary men'. In ons restaurantje zitten ze aan de bar naast elkaar met hun eigen telefoon en slurpen van hun noodlesoep. Waarom gaan ze niet naar huis vragen we ons af.

Na 20 km kunnen we Oita achter ons laten en bereiken we de Stille Oceaan. Een prachtige kustlijn heet ons welkom. Tussen het groen van de rotsige oever zijn roze wolken van bloesem zichtbaar. Die Japanse kers laat overal zijn licht schijnen. Het fietsen is paradijselijk. Een fietspad vlak langs de oceaan. Aalscholvers zitten in groepjes op rotsen met hun lange snavels naar het water te staren. Een zee-arend scheert boven onze hoofden. Het is rustig. Vredige, lieflijke dorpjes en dan Usuki. De eerste stad op Kyushu die me niet tegenstaat. Hier geen schreeuwerige reclames maar bloeiende bomen. Dit is het Japan dat we kennen van de plaatjes. En dan zijn we nog niet in het park geweest. Op een versterkte heuvel midden in Usuki liggen de ruïnes van het voormalige Usuki kasteel, stammende uit onze Middeleeuwse tijd. Nu is het een groot park totaal vol bloesem. Het is er heel rustig. Er zitten al mensen te picknicken, ondanks de frisse lucht. Een klein ventje komt met gestrekt armen op 'opa' Frans afgelopen en Frans mag hem een eindje op de arm meedragen naar hun picknickkleed. Het is duidelijk, het voelt voor opa Frans helemaal niet vreemd. De andere kindertjes geven ons een snackje en met buigingen en handen en voeten zeggen we elkaar gedag. Iedereen is blij en extra blij als ze zien hoe wij genieten van de pracht om ons heen. Zoiets heb ik echt nog nooit gezien. Het is niet uit te leggen, maar we worden er licht euforisch van.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten