Effefietsen

Effefietsen

donderdag 1 september 2011

Van Montenegro naar Albanië


Onze laatste dag in Montenegro was een lange fietsdag langs een drukke kustweg. Toen we moe waren bleek de camping die we voor ogen hadden er niet te zijn. We besloten dan maar eens een 'sobe', een kamer bij particulieren, te proberen. De kamer van de vriendelijke vrouw die ons binnenhaalde was wel erg sober. Ze had nog wel een alternatief: een apartmani, een appartement. €60,-- voor een kamer met een kookplaat en een douche. We kregen er nog wel €20,-- af, maar voelden ons toch bekocht, zeker toen we van anderen later hoorden dat we ook voor de helft terecht hadden moeten kunnen. Dat hebben we dan weer geleerd.
Dinsdag vertrokken we via een klein weggetje richting Albanese grens. We hadden een prachtig uitzicht over de Adriatische zee. De grensovergang werd geblokkeerd door een koe. In Albanië was alles dicht en we kwamen er achter dat het feest was, omdat de Ramadan was afgelopen. De weg naar Shköder, waar we nader wilden kennismaken met Albanië, was leuk. Smal weggetje, leuke dorpjes, ezeltjes langs de weg. Maar ook naast de hoofdweg onverharde, dus stoffige wegen naar de huizen toe en hééél veel plastic in de berm.
We hebben lekker gegeten en koffie gedronken met een bareigenaar die redelijk engels sprak. Hij vertelde ons over de corruptie bij de mensen die zouden moeten investeren in betere wegen, electriciteit en de watervoorziening. Er is veel werkloosheid. De gezellige drukte op straat duurt maar een uur, want mensen kunnen niet zomaar ergens gaan zitten om wat te drinken. De mensen op de terrassen zitten soms uren op een kopje koffie en hun glaasje water.

Onze rit naar Tirana was echt gevarieerd. Van een mooi klein weggetje tot een weg in reconstructie, dat wil zeggen géén weg meer. Toen maar naar de autostrada en met de weg in de rug ging dat in een sneltreinvaart. Dank zij de Lonely Planet vonden we hier, evenals in Shköder een heel leuk, sympathiek hotel. Meer een guesthouse.

Is Albanië een arm land vragen we ons af. Op het oog niet. Mensen zijn goed gekleed en vriendelijk. De huizen zien er niet slecht uit. Het is complex vermoeden wij zo. We zien veel kenmerken van een informele economie. Veel kleine initiatieven: héél veel autowasserijen. De auto is een statussymbool (veel oude Mercedessen). Veel kleine koffiebarretjes, pizzatentjes en minimarktjes (een kleine supermarkt). Daarnaast veel leegstaande fabriekscomplexen, slechte wegen, reconstructie waar niet veel gebeurt, onafgebouwde huizen en kantoorgebouwen, vuilnis in de berm, maar ook veel mooie grote hotels en restaurants. Voor de happy few?, of voor de emigranten met hun patserige auto's?

Een Islamitisch land is Albanië in naam, maar ook weer niet voor het oog. Behoudens de moskeëen , die er genoeg te zien zijn en van waar je de geestelijke zo nu en dan tot gebed hoort oproepen. "Och", zei de barman in Shköder, "die man doet ook zijn werk". We hebben sporadisch een vrouw met een hoofddoek gezien. Dat zou ook boerenklederdracht kunnen zijn. Zwarte kleding en een witte doek op het hoofd. De meisjes en vrouwen lopen heel zomers gekleed in luchtige jurken en hemdjes en op de terrassen zie je iets meer mannelijke bevolking, maar vrouwen zijn gelukkig ook goed vertegenwoordigd.
Eveline






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen